|
Karel van de Woestijne Wijding aan mijn vadero Gij, die kommrend sterven moest, en Váder waart,
ik, die thans ben als een die in de avond vaart,
en zingt soms, onverschillig; en zijn zangen glijden
Zó vaart mij leve' in vrede en waan van dóod begeren
1903 Bron: C.J. Aarts en M.C. van Etten (samenstellers), Domweg gelukkig in de Dapperstraat. De bekendste gedichten uit de Nederlandse literatuur. Bert Bakker, Amsterdam, veertiende verbeterde druk 1996. Ingezonden door IJme Woensdrecht Project Laurens Jz. Coster |