MejuffrouwSara Burgerhart aan
Mejuffrouw de weduwe Sophia Willis.
Mejuffrouw, hoogst-geëerde Vriendin!
Het zou mij smarten, indien ik dezen moest schrijven, om u mijne eerbiedige gevoelens en oprechte liefde bekend te maken: ik hoop, dat gij, in alle mijne woorden en daden, die gevoelens zult ontdekt hebben: en dewijl ik mij altoos door de oprechtheid laat bestieren, kan er bij u, op dit stuk, geen twijfeling overblijven.
Dat ik dus de vrijheid neem om u te schrijven, vloeit uit een geheel anderen oorsprong. Het is om u uit grond mijner ziel te bedanken voor het belang, dat gij in mij stelt, en omdat gij mij de gelegenheid geeft om te weten, in welk een licht gij mij beschouwt. O dierbare juffrouw Willis, mijn hart zegt mij, dat gij mijne zwakke zijde kent. Daarin ontdek ik ook de redenen, die u aanzetten om mijne handelwijs met uwen zoon goed te keuren. Ik beken, dat ik zeer gezet ben op het bijwonen van uitspanningen, en dat ik er mij meermalen in toegeef, omdat ik volstrekt geen ander oogmerk heb, als mij te vermaken; maar ik vlei mij toch nogal, dat ik, vóór mijne jeugd verdwenen is, wijzer zal worden: nu ben ik zoo ver niet, en ik zou mij tot veinzerij moeten verlagen, indien ik zeide, dat ik reeds werkelijk bezig was om die neiging in te krimpen.
Het smart mij, mij te moeten voorstellen, dat uw waarde zoon, mijn lieve goede Willem, niet zoo gelukkig is als hij verdient te zijn! en niets troost mij zoo zeer, dan de bewustheid dat ik verheven ben boven de vuige listen eener geraffineerde coquetterie, dan gehandeld te hebben, na hij mij zijne liefde ontdekte, gelijk de plicht eischt van ieder meisje, dat, een braaf ordentelijk jongeling niet beminnende, hem dat met heuschheid zegt, om geene hoop aan te moedigen, die geheel ongegrond is.
Ik hoop, in alle gevallen van mijn leven, het onuitsprekelijk genoegen te hebben, dat er gelegen is in door u met liefde beschouwd te worden. Niemand is met meer eerbied uwe dienares, dan
SARA BURGERHART.