De eerwaarde heer Everard Redelijk aan
aan de heer Hendrik Edeling.
Mijn Heer, zeer geachte Neef!
Ik bevinde mij, met mijne lieve vrouw en talrijk huisgezin, zoo gelukkig en gezond, als ik u, mijn lieve Hendrik nog eens hoop te zien. uw brief, met alle de bijliggende, hebben uwe tante en ik met een onuitdrukkelijk vermaak gelezen en herlezen. Wij wenschen, dat uw vader zich zal laten bewegen, om het huwelijk toe te staan; wij verlangen vurig om de waardige dame, bij wie uwe liefste logeert, nader te leeren kennen. het karakter van juffrouw Burgerhart, vereerd met de liefde en achting van zulk een vrouw, moet ons behagen: en als zoodanig zouden wij ons vereerd achten met uw beider verbintenis, welke gezindheid zij ook onder de Protestanten mochte zijn toegedaan/ Uwe tante is verliefd op de waarde mevrouw Buigzaam, en spreekt van haar juist zoo, als men van eens oude, trouwe vriendinne spreekt. Gij merkt dus, hoezeer wij uwe keuze billijken. Maar, mijn lieve neef! gij begrijpt echter wel, dat ik, als Leeraar der Augburgsche confessie, niet zeggen kan: Trouw eene Gereformeerde vrouw. Ik denk op dit stuk zooals alle gematigde lieden denken; doch wat zal ik zeggen?
Ik heb reeds aan uwen vader geschrevenl; ik hoop, dat hij zich nog zal bedenken: mijn woord heeft toch bij den eerlijken, wonderlijken man veel invloed. Niemand omhelst met meer genoegende hersenschim, van alle Protestantenn nog eens vereenigd te zien; hoewel ik meen te moeten zeggen, dit dit niets dan een hersenschim is. De kracht der vooroordeelen is sterk; de zeer uit elkander loopende belangen der menschen zulllen niet minder arbeiden, om deze hersenschim nimmer in een waarheid te veranderen. De dwaze denkbeelden, die velen hebben van Godsdienst en Geloof, zijn ook niet zeer geschikt om zoo eene vereeniging uit te werken. De manier van prediken, die ieder in zijne bizondere kerk (ik spreek van verre het grootste getal) volgt, is weinig geschikt om die hoop te vervullen. Zoolang de leeraars de Evangeliums niet meerder op een deugdzaam leven, dan wel op het vasthouden van bizondere begrippen aandringen, zoolang men gematigde Predikanten valsche broeders, of schandelijke onverschilligen noemt, zullen wij deze verdeeldheden blijven bejammeren.
Uw waarde vader meent het in ernst! ’t Is bij hem eene gemoedszaak. wat kunt gij doen dan door zachte, vriendelijke middelen hem zien te bewegen? Wij zijn uwe vrienden; uw broeder is uw Jonathan. Bezorg u zelf geen recht: ’t is uw vader. Hij is, in velen opzichte, een zeer edelmoedig man; als hij zijne verkeerdheid ziet, zal hij die verlaten, en gij zult, met zijne toestemming, nog gelukkiger zijn. Beur u op, mijn lieve neef, en beveel uw zaak aan Hem, die ons altoos ten onzen beste regelt. Allen groeten wij u met teederheid. Mijn lieve vrouw wil dezen nevens mij onderteekenen; zij heeft u lief als haar eigen zoon, zoo ook Uw liefhebbende Oom,
EVERARD REDELIJK.
en deszelfs Huisvrouw,
MARIA GOEDHART.