Jakob Zeeus (1686-1718)
De spin
De spin, in Roozeblaźn verscholen
In Hiacinten en Vioolen,
Zwelt van vergif, terwijl zy weit
Op dau, die zich als zilver spreit
Langs perken, die bezet met bloemen
De zorg van Bloemaert hoog doen roemen.
Zoo trekt de nydt vervloekte stof
Uit s naestens welverdienden lof.
De deugt staet bloot voor monsterdieren.
De laster blixemt op laurieren.
Bron: Spiegel van de Nederlandsche poezie door alle eeuwen. (1939) N.V. De Spiegel, Amsterdam
E-Mail: 0vwijk02@lelystad.flnet.nl
Laatste wijziging: 07-sep-96