Onno Zwier van Haren (1713-1779)

De herschijning

Toezending

Gy! die, wanneer met bitt’re zorgen
   Meyneedigheid ons overviel,
Den dag van gister, heeden, morgen,
   Verdraaglijk maakt’ aan myne ziel;
Wiens aangenaam’ hoedanigheeden,
By zeedigheids bevaligheden
   Verrukten myn’, en ieders jeugd;
Wiens kuysche trouw in lange banden
Tot voetspoor strekt aan onse panden,
   En eerbaar’ ouderdom verheugd;

Ontfang, beminlyk’ Adeleide
   Dit laatste werk van myne hand,
Dat ik, door uwe hulp, bereide
   Voor Nassau, u, of ’t Vaderland.
Met u, heb ik trouwloosheids slagen,
Door u, de wanhoop zelf, verdragen,
   By u verdweenen zorg en smart;
Uw voorbeeld wist geduld te geeven;
Wyl zagte tong deê vreede leeven,
   En stille rust vloeyd’ uit uw hart.

Mag ik U zien aan myne zyden
   Als ’t einde myner tyd gemaakt,
Als gy, gezond, myn overlyden
   Standvastig ziet, hoewel geraakt;
Als spraak verflauwd in naare snikken
Als ieder adem dreigt te stikken,
   En alles spoeyd na ’t gapend graf;
Mag dan (met liefd’ als toen wy trouwden!)
Myn’ hand, bezwykende, nog houden
   De hand, die my de trouwdag gaf!

En wyl myn lyk, aan nyd ontrokken,
   in sluimering van kalme nagt
De woede tart van noodlots schokken,
   En eene tomb’ ons zamen wagt;
Moogt gy, in volgend’ eeuw getreeden,
Uw oordeel, wys gedrag, en reeden,
   Op vleug’len van luyde faam,
Nog lang in Nederland vertoonen,
En myne lier daar eeuwig woonen
   Onstervelyk door uwen naam!

Zo dan, in zoek van bezigheeden,
   (Geen leedigheid was u bekend)
Geheugen van den tyd voorleeden
   uw oog na deeze zangen wend,
Mag in ’t grootmoederlyke weesen
Louis ’t genoegen zien gereesen!
   Geen laatste ag verbied geneugt,
Wanneer m’ als gy in alle tyden
Vertoond’, aan strenge Godsdiensts zyden,
   De zooete grimlach van de Deugd.


Bron: Spiegel van de Nederlandsche poezie door alle eeuwen. (1939) N.V. De Spiegel, Amsterdam

E-Mail: 0vwijk02@lelystad.flnet.nl

Laatste wijziging: 08-sep-96


Coster-pagina