Interview met Eva van Schaik

Allereerst moet gezegd worden dat het interview met Eva van Schaik niet strikt de volgorde van onze van tevoren bedachte vragen heeft gevolgd. Het was meer een gezellig gesprek, waarin uiteindelijk ook al onze vragen min of meer beantwoord zijn. We hebben bijna geen vragen daadwerkelijk gesteld, boven de alinea's die bij een vraag passen hebben we de vraag tussen haakjes gezet.

(Welke rol kan de televisie volgens u spelen bij de representatie van dans?)
In de jaren vijftig en zestig begon de kunstvorm dans nog maar net op te komen in Nederland. Hetzelfde geldt voor het medium televisie. In 1961 verschenen de eerste documentaires met het onderwerp dans op televisie. In deze documentaires wordt duidelijk uitgelegd hoe alles er aan toe gaat binnen de danskunst. De documentaires trokken een groot (voor die tijd gigantisch) publiek, wat een enorme opsteker was voor het Nederlands Dans Theater, die aan de documentaire meewerkte.

In deze tijd is de relatie tussen dans en televisie eigenlijk tot stand gekomen. Hans van Manen was één van de eersten die dans en camera begon te combineren en de camera heeft dan ook altijd een grote invloed op zijn werk gehad. Omdat zijn programma's door de VPRO werden uitgezonden bleef de godsdienst wel altijd een belangrijke rol spelen. Een duidelijk voorbeeld hiervan is Kaïn en Abel, een registratie van een ballet met inleiding. Het was de bedoeling van de makers dans uit zijn locatie te halen om het zo toegankelijker te maken voor een groot publiek.

(Waar moet een goede dansdocumentaire volgens u aan voldoen?)
Belangrijk voor kwalitatief goede dans documentaires zijn de regisseurs. Regisseurs moeten geïnteresseerd zijn in de danskunst en er affiniteit mee hebben. Een regisseur als Hans Hulscher heeft dit in zich.

In 1974 maakte Jan Kassies, in samenwerking met Wilbert Bank een educatieve serie over dans in Nederland van 1900 tot 1970. Het is een vijftiendelige serie geworden die is te bekijken bij het TIN (Theater Instituut Nederland).

Niek Koppen is op dit moment bezig met een vierdelige televisiedocumentaire over dans, in samenwerking met Klazien Brummel. Het onderwerp is de danskunst in het algemeen, dus er wordt niet de nadruk gelegd op één choreograaf, groep of voorstelling.

(Vindt u dat de kunstprogramma's in het algemeen een goed beeld geven van het Nederlandse kunstklimaat? Hoe komt dit? In hoeverre is dit een beleidszaak? Welke rol speelt geld hierbij?)
Dans krijgt in vergelijking met andere kunstprogramma's weinig aandacht op de Nederlandse televisie. Dans is eigenlijk altijd het ondergeschoven kindje geweest binnen de kunst. Voor kunst in het algemeen geldt eigenlijk al dat er weinig te zien is op televisie en voor dans dus in het bijzonder. Ontwikkelingen binnen de dans worden dan ook niet goed gevolgd/verbeeld door televisie. Het alom bekende verschil tussen hoge en lage cultuur speelt hier een rol. Dans is enorm gepopulariseerd op zenders als MTV en TMF. Deze zenders trekken een enorm jongerenpubliek, maar alles lijkt hetzelfde. De fantasie van de kunst is verdwenen. De hogere dansvormen waar wij het over hebben zijn nog altijd elitair en te bizar, ingewikkeld en ontoegankelijk voor het grotere publiek, inclusief de jongeren. Jongeren krijgen het van huis uit en op school niet mee.

Na de Tweede Wereldoorlog is de definitie van dans enorm opgerekt met de komst van allerlei nieuwe stromingen. Mensen weten door de vervaging van de definitie eigenlijk niet meer wat ze moeten verwachten wanneer ze naar het theater gaan.

(Waar moet een goede dansdocumentaire volgens u aan voldoen?)
Om een groter publiek te kunnen bereiken zal de dans toch eerst toegankelijker moeten worden voor dit grote publiek. Documentaires zoals die in de jaren zestig werden gemaakt komen misschien een beetje knullig over, maar het op zo'n manier uitleggen van dansonderwerpen zou er wel voor kunnen zorgen dat het grote publiek geïnteresseerd raakt.

(Welke verwachtingen mag je koesteren van de relatie tussen dans en televisie? Welke rol kan de televisie volgens u spelen bij de representatie van dans?)
In de jaren zeventig en tachtig heeft de danskunst een enorme lift doorgemaakt, is enorm gegroeid. Er was sprake van een enorme groei in het aantal dansgezelschappen. Acties als 'Kans voor de Dans' in 1978, een drie dagen durende demonstratie in Amsterdam met gebundelde krachten van de dansgezelschappen, zorgden er uiteindelijk voor dat er een instituut voor de dans is gekomen. Stille krachten binnen de Amsterdamse Kunstraad, de Rotterdamse Kunstlichting en de Raad van de Kunst hebben hieraan meegeknokt. Eva en anderen dachten als het ware te gaan exploderen met de danskunst en met behulp van televisie een groter publiek te bereiken. Helaas is dit niet gelukt.

Dansjaarboeken van 1983 tot en met 1993 en daaropvolgend de theaterjaarboeken geven een uitgebreid beeld van de ontwikkeling van de danskunst door de jaren heen. De jaarboeken zijn te vinden bij het TIN.

(Is de televisie een geschikt medium voor de dans? Waarom wel/niet?)
Televisie is niet bij uitstek het meest geschikte medium voor dans. In het theater is dans toch op zijn best. Het televisiekastje is gewoonweg te klein om de indrukken van de gehele dans goed over te kunnen brengen. Kadrering is een groot probleem. Ruimtelijke opnames zijn nodig om de van nature ruimtelijke dans goed over te brengen en maar weinig regisseurs snappen dat. Te vaak verdwijnen voeten of andere delen van het lichaam en/of het podium buiten beeld en wordt er teveel in het materiaal gesneden en gemonteerd. Ideaal gezien wordt er in een registratie van een dansvoorstelling zo min mogelijk gesneden, als het ware gewoon een camera neerzetten en zijn werk laten doen. Maar dat is uit de tijd, de camera mag niet regisseren. Het is de vraag hoe de machtsverhoudingen tussen een choreograaf en een regisseur liggen.

(Waar moet een goede dansdocumentaire volgens u aan voldoen?)
Desalniettemin kan televisie een goed medium zijn voor dansdocumentaires omdat het een audiovisueel medium is, choreografen zouden op televisie op een goede manier de bezetenheid of het geheim van een choreografie bloot moeten leggen. Wat beweegt deze mensen (choreografen en dansers) ertoe om dit te doen? Een documentaire zou een soort reizigersprogramma moeten zijn die de kijker op een reis door een choreografie leidt (deze mening is ook Henk van der Meulen toebedeeld). De kijker moet als het ware geholpen worden om op verschillende manieren naar dans te kijken. De getoonde beelden moeten de kijker oproepen om de voorstelling of andere voorstellingen ook in het echt te gaan zien. Daarbij moet de documentaire ook achtergrondinformatie over de makers geven. Er moet meer gekeken worden vanuit een Human Interest oogpunt ten opzichte van de kijkers, maar dit moet wel op een toegankelijke manier worden gebracht.

Denkt u niet dat wanneer iemand een voorstelling op tv heeft gezien, hij of zij dit voldoende zal vinden?
Iedereen begrijpt natuurlijk dat de sfeer bij het zien van een voorstelling in het theater heel anders is dan wanneer je het op televisie ziet. Vergelijk dit maar met een voetbalwedstrijd. In het stadion beleef je het heel anders dan voor de buis in de huiskamer. Maar het is inderdaad zo dat de drempel, in het bijzonder voor jongeren, tegenwoordig te hoog is om naar een dansvoorstelling in het theater te gaan. Een nieuwe vorm van dans in het theater is het jeugdtheater, wat een beetje tussenin zit, maar ik weet niet of ik hier nu blij mee ben of niet.

De manier waarop een documentaire gemaakt wordt is afhankelijk van het onderwerp.

Piet Rogie heeft het programma "De Denkende Danser" gemaakt.

Om een groter publiek te bereiken zouden er ook meer masterclasses gegeven moeten worden zoals Hans van Manen die in den Bosch heeft gegeven.

(Vindt u dat de kunstprogramma's in het algemeen een goed beeld geven van het Nederlandse kunstklimaat? Hoe komt dit? In hoeverre is dit een beleidszaak? Welke rol speelt geld hierbij?)
Eva vertelt vervolgens het leuke en interessante verhaal over de totstandkoming van een documentaire over Strawinsky en Diagilev en hun verdwenen ballet. Hoe het haar leuk leek om een documentaire te maken over de locatie waar de hele voorstelling tot stand is gekomen, maar dat ze niemand kon overtuigen van de waarde van dit geheel. Uiteindelijk, nadat ze er zelf geld in had gestoken en ze toch wat mensen met zich meekreeg (onder anderen Wilbert Bank), is het een heel interessante documentaire geworden die al twee prijzen in de wacht heeft gespeeld. Het hoogtepunt vormt toch wel het beeld van een oude dame van 90 die vroeger op veertienjarige leeftijd het stervende vogeltje speelde in het stuk, nu uitlegt aan een veertienjarig danseresje hoe ze als vogeltje moet sterven. Buitenlandse zenders zitten te springen om de documentaire, maar omdat Eva niet alle rechten bezit kan het nooit geëxporteerd worden naar het buitenland. Het komt erop neer dat rechten, copyrights en het politieke systeem er als het ware voor zorgen dat het bijna onmogelijk is om een documentaire te maken over een onderwerp wat leuk en interessant is. Elke foto, elk beeldfragment en elk stuk muziek moet gekocht worden van de rechtmatige eigenaar of erven van. Het geld om voor alles te betalen is er gewoonweg niet en voor de omroepen is het vervolgens niet rendabel om zo'n duur programma ui te zenden, aangezien het geen groot aantal kijkers trekt. Een historisch documentaire voor televisie is dus praktisch onmogelijk om te maken.

Kunst trekt gewoonweg geen publiek.

(Waar moet een goede dansdocumentaire volgens u aan voldoen?)
Dansers en choreografen zijn weinig toeschikkelijk naar hun publiek toe. Ze voelen er weinig voor om leken uit te leggen waar ze mee bezig zijn, terwijl dit soort uitleg eigenlijk noodzakelijk is (bijvoorbeeld in een documentaire) om dans toegankelijk te maken voor een groot publiek. Er moet voor de kijker duidelijk worden waarom deze mensen zo gek zijn om te doen wat ze doen op het podium.

(Welke rol kan de televisie volgens u spelen bij de representatie van dans?
Welke verwachtingen mag je koesteren van de relatie tussen dans en televisie?)
Sommige dans blijft altijd gewoon ongeschikt voor televisie. Televisie moet of waarde toevoegen aan de dans of zich dienstbaar stellen aan de dans. Televisie moet zeker de dans niet gaan overheersen of bezit nemen van de dans. Helaas is dit laatste vaak het geval.

Dansers op het podium zijn meestal in de leeftijd van ongeveer 18 tot 30 en dat is nu precies de leeftijdscategorie van mensen die niet naar dansvoorstellingen komen. Ze dansen dus eigenlijk niet voor hun eigen generatie.

Dingen die gedaan worden om de jongeren van deze tijd geïnteresseerd te laten raken is de zogenaamde CJP-prijs die door jongeren wordt uitgeroepen. 150 jongeren vanuit heel Nederland mogen gratis naar 20 verschillende voorstellingen en de beste uitkiezen.

We moeten beseffen dat Nederlandse dans ook eigenlijk buitenlandse dans is, aangezien vele invloeden, dansers en choreografen vanuit het buitenland naar Nederland komen.

Wordt televisie gebruikt om reclame te maken voor de dansfilm/voor een bepaalde voorstelling?
Ja.

Er heeft een vrijwording van het menselijk lichaam plaatsgevonden in de laatste veertig jaar. Gek genoeg is de danskunst, die natuurlijk alles met het lichaam te maken heeft, niet geëmancipeerd geraakt. Het is altijd moeilijk geweest om de stereotype idee van homoseksualiteit los te koppelen van de danskunst. En daarbij heeft de danskunst niet voldoende spokesmen en voorlichters om de kunst groter te maken. Het komt dus deels vanuit de dansindustrie zelf dat er niet veel aandacht wordt besteed aan de dans op televisie en deels doordat het door de media is afgekapt.

Eva raadt ons tenslotte nog aan om in de eerder genoemde jaarboeken en de laatste pagina's van haar boek te kijken naar dansprogramma's die er door de jaren heen op televisie uitgezonden zijn.