Alexander van Mets

     Ick segghe dattet lesen meer goedt dan quaedt is,
     Wantmen schout dobbelen, boordeelen, taveerne
     Tuyschen, vechten, quade eeden te sweerne.

Met deze woorden poogt de inleider van deze schone historie zich te verdedigen tegen pilaarheiligen en andere asceten, die van mening zijn dat het lezen van (dit soort) boeken een zondige bezigheid is:

     Al segghet [die sulcke] die pilaren bijt
     Dat historien te lesen is sonderlijck,
     Ydel glorie ende verlooren tijt,
     Sy berechten schandelijck een anders verwijt.

U hoeft zich dus niet te schamen voor het downloaden van dit boek naar uw digitale leesplankje om te lezen wat Alexander van Mets overkwam, die zo nodig een pelgrimage naar het Heilig Graf te Jeruzalem wilde maken (op zich niets mis mee), maar dat wenste te combineren met wat militant vrijwilligerswerk tegen de Saracenen in Syrië. Dat liep niet goed af, waarna hij samen met zijn medereizigers gevangen werd genomen en als ploegtrekker dwangarbeid moest verrichten.
   Alexander viel op omdat hij een wit hemd droeg met een rood kruis, en omdat dat hemd ondanks alles schoon bleef en niet sleet. Bij de sultan geroepen om daarover uitleg te geven, vertelt Alexander dat dit hemd smetteloos wit en ongeschonden zal blijven zolang als zijn vrouw te Mets in Loreinen hem trouw zal blijven.
   De sultan wijst een knappe Saraceen als vrijwilliger aan, geeft hem een zak geld en stuurt hem naar Mets met de opdracht Alexanders vrouw te verleiden om te kijken wat er dan met zijn hemd gebeurt ...
   In Mets aangekomen neemt de Saraceen zijn intrek in de beste herberg die de stad rijk is, en vertelt de waard dat hij nieuws heeft over Alexander. De waard stuurt een bode naar Alexanders vrouw Florentine, die zich gehuld in prachtige kleren naar de herberg begeeft, “daer zy den ridder seer minlijck ontfinck in haren armen met eenen kusse na de maniere des lants.” Dan hoort zij dat Alexander een ellendig leven leidt als dwangarbeider en verbrand of verdronken zal worden als hij het benodigde wattage niet meer op kan brengen om de ploeg te trekken. “Maar,” zegt de Saraceen, “als u mij één nacht ter wille bent dan beloof ik u dat hij vrijgelaten zal worden.”
   Het middeleeuwse publiek weet dat er hordes vrouwen zijn die het voor (veel) minder met een knappe Saraceen doen, en is oprecht verrast, verbaasd en ontroerd als Florentine dit voorstel resoluut van de hand wijst. Het is erger om God boos te maken dan een mens. Haar eer heeft zij in eigen hand, het lot van Alexander ligt in Gods handen. De Saraceen beseft dat haar “Nee!” onverbiddelijk is. Gelaten aanvaardt hij de terugreis, zich realiserend dat hij weer terug in Syrië de risee aan het hof van de sultan zal zijn.
   Die zelfde nacht nog zendt God een engel naar Florentine, die haar instrueert om zich als Franciscaner monnik (leden van die orde hadden bewegingsvrijheid in het Heilig Land) te verkleden en de Saraceen incognito achterna te reizen. En inderdaad, zoals de engel voorspelde, treffen zij elkaar in een herberg in Venetië (veruit de belangrijkeste havenstad om naar de Levant te reizen). Door zijn zang en snarenspel maakt de monnik zo'n diepe indruk op de Saraceen dat die hem dringend uitnodigd mee te gaan naar het hof van de sultan om daar zijn talent ten toon te spreiden. De beloning zal groots zijn.
   De monnik gaat mee naar het hof van de sultan en spreekt af om daar één maand te verblijven met uitzicht op een royale beloning. Na afloop van die maand wordt hem een paard en een berg goudstukken cadeau gedaan, die hij beide weigert: zijn orde verbiedt hem paard te rijden en geld aan te nemen, maar met het oog op zijn pelgrimage naar het Heilig Graf zou hij graag een reisgenoot hebben die de weg kent en de taal spreekt. De mislukte verleider begrijpt dat dit een uitgelezen kans is om van de ridder in de ploeg af te komen, en bevrijdt Alexander
   Na afloop van hun pelgrimage trekken zij gezamenlijk via Venetië weer terug naar Mets, waarbij de monnik ervoor zorgt één dag eerder thuis te komen dan Alexander. Groot is de vreugde over de terugkeer van Alexander, maar even groot de verontwaardiging over de afwezigheid van zijn echtgenote, die ruim een jaar de hort op was en wie weet niet wat allemaal met wie dan ook gedaan heeft. Moderne lezers die elke avond naar een detective kijken, zullen zeggen: Dat kan hij toch niet geloven, want al die tijd is zijn hemd wit en ongeschonden gebleven. Maar wie dat denkt, onderschat de kracht van sociale druk in de middeleeuwse samenleving. Het gaat er niet om hoe het is maar wat men ervan denkt.
   Ontgoocheld over het gedrag van haar man en diens vrienden verlaat Florentine het huis om zich als monnik te verkleden en in die gedaante weer terug te keren. Alexander laat de monnik onmiddellijk binnen roepen, geeft hem een ereplaats en stelt hem voor als de man die zijn leven gered heeft. “Maar waar is nu uw goede vrouw, over wie u onderweg zo vaak vertelde?”, vraagt de monnik. Die blijkt onvindbaar. Dan maakt de monnik zich bekend als Florentine.
   Alexander van Mets is van Duitse origine. Misschien dat ik daar bij gelegenheid wat dieper op inga. De Nederlandse vertaling is zelfstandig overgeleverd als ‘roman’ en in combinatie met twee andere romans in een drieluik over deugdzame en geduldige vrouwen: Der vrouwen peerle. Omdat de ‘roman’ het dichtst bij het origineel staat en de tekst in Der vrouwen peerle gecensureerd en gekuist is in 1621, geef ik als hoofdtekst een kritische editie van de roman en in de voetnoten een diplomatische editie van de geapprobeerde versie.


Edities

– Facsimile van de oudste bewaard gebleven druk, die van Cornelis Dirckszoon Cool, Inden Vergulden Passer, Amsterdam 1645, exemplaar KB Den Haag 190C36.
– Facsimile van de versie zoals die bewaard bleef in Der vrouwen peerle, geapprobeerd in 1621 en gedrukt door Martinus Verdussen te Antwerpen ná 1738 (reprint van C.A.J. van Dishoeck, Bussum 1910), exemplaar DBNL.
– Kritische, synoptische studie-editie van Alexander van Mets in pdf-formaat.
– Kritische lees-editie van Alexander van Mets in epub-formaat (eerst de rechter muisknop dan de linker)

Links en Literatuur
– ‘Alexander van Mets’, in: Luc. Debaene, De Nederlandse volksboeken. Ontstaan en geschiedenis van de Nederlandse prozaromans, gedrukt tussen 1475 en 1540.. Antwerpen 1951 (reprint Hulst 1977), p. 27-31.
– Die war Histori von dem Graffen Alexander in dem pflug. Gedruckt zu Nuermberg durch Kuningund Hergotin. 1535 [?]
Die Ware Histori von dem Graffen Alexander in dem Pflug. Gedruckt zu Nuerenberg Durch Valentin Newber [ca. 1550].


Ga naar het begin van deze pagina
Ga naar het beginscherm