Die vergaderinge der historien van Troyen

Nadat Raoul le Fevre de Histoire de Jason in of omstreeks 1460 voltooid had en ondanks protesten tegen de ethisch inferieur geachte held Jason daarmee toch het nodige succes geoogst had, niet in het minst bij zijn broodheer Filips de Goede (1396-1467), hertog van Bourgondië (1419-1467) en stichter van de Orde van het Gulden Vlies, voltooide hij omstreeks 1464 Le Recoeil des histoires de Troyes. Le Recoeil is een compilatie van antieke mythologie en middeleeuwse geschiedschrijving over de eerste, tweede en derde Trojaanse Oorlog, de laatste de moeder van alle oorlogen, met daarin verwerkt de biografie van Hercules. Die biografie van Hercules is al snel geisoleerd verschenen als Les proesses et vaillances du preux Hercules, en in het Nederlands verschenen als Die historie vanden stercken Hercules.
   Raoul heeft zich bij zijn weergave van de Griekse godenwereld en mythologie laten inspireren door het boek Genealogia deorum gentilium (1350–1367), oftewel ‘De afkomst van de goden der heidenen’, van de Italiaan Giovanni Boccaccio (1313-1375). Deze tekst werd aan het eind van de Middeleeuwen in het Frans vertaald. Een Middelnederlandse vertaling, zo die ooit gemaakt werd, is niet overgeleverd.
   Anders dan van de Historie van Jason is of lijkt Die vergaderinge niet eerder in handschrift verschenen te zijn. Het heeft er alle schijn van dat de drukker / uitgever Jacob Bellaert zelf, of iemand in zijn omgeving, deze vertaling gemaakt heeft, en dat die vertaling direct als kopij gebruikt is. In Die vergaderinge zitten leesfouten die dwingend teruggaan op cursief geschreven kopij. De taal is onversneden Hollands.
   De vertaling is woordelijk, meer dan eens onhandig woordelijk en soms verrassend woordelijk. Zo vertaalt hij in boek I, hoofdstuk 24: ‘Hoe de coninc Acrisius, als hi sijn dochter swaer mit kinde sach, haer alleen in een scip liet driven inde zee op d’aventuer.’ het Franse werkwoord ‘enfanter’ (kinderen baren) met het werkwoord ‘kinderen’, welk werkwoord volgens de Geïntegreerde Taalbank niet bestaat. De schaarse interpunctie en het gebruik van hoofdletters zijn eerder verwarrend dan ondersteunend. De lezers van Bellaert zullen vaker dan hen lief was moeite gehad hebben met het begrijpen van de tekst. Een moderne editeur moet ofwel helderziend zijn ofwel continu de brontekst raadplegen. Als bron lijkt de vertaler de druk gebruikt te hebben die omstreeks 1477, naar men zegt door William Caxton, maar naar ik denk door Colard Mansion te Brugge vervaardigd werd. Het verschil tussen de Recoeil in druk en die in handschrift lijkt op het tweede gezicht minimaal. De gedrukte redactie mist hier en daar een woord en soms wel eens een (bij)zin die wel in de handschriftelijke redactie staat en vanzelfsprekend zijn er een paar extra kopiisten- en zetfouten in geslopen.
   De ‘onleesbaarheid’ van de tekst heeft de onbekende bezitter van het exemplaar dat bewaard wordt in de Lessing J. Rosenwald Collection ertoe gebracht om niet alleen hier en daar een fout te verbeteren, af en toe een marginale notitie te maken of een te regionale vorm te veralgemeniseren, ook heeft deze gebruiker met steepjes de syntactische structuur van het hermetische proza inzichtelijk gemaakt. De hand van deze gebruiker maakt een ‘geschoolde’ indruk en is niet dezelfde als de nogal onbeholpen hand die onder de houtsnede op bladzijde [a1v] noteerde: “dit is de meddel [-h] van de [...]”. Dezelfde hand / bezitter [?] is ook bezig geweest in het exemplaar van de Historie van Jason, eveneens door Jacob Bellaert gedrukt, naar men denkt omstreeks 1485, dat ook deel uitmaakt van de Lessing J. Rosenwald Collection, signatuur Incun. 1485 .L393.
   
   
Edities:
   
Die vergaderinge der historien van Troyen, zoals gedrukt door Jacob Bellaert te Haarlem 1485. Facsimile van het exemplaar dat bewaard wordt in de Library of Congress, Lessing J. Rosenwald Collection, te Washington USA, signatuur Incun. 1485 .L43. (downloadbaar in kleur)
Le Recueil des hystoires de Troyez, Bibliothèque nationale de France, Département des manuscrits, Français 59. Helaas niet in kleur maar in zwart-wit gedigitaliseerd, desondanks representatief genoeg om zich een goede voorstelling van een dedicatie-exemplaar te vormen. (downloadbaar in zwart-wit)
Recueil des histoires de Troyes, in de oudste bewaard gebleven druk, zonder naam, zonder plaats en zonder jaar. Bibliothèque nationale de France, département Réserve des livres rares, RES-Y2-170. Vrijwel zeker werd deze druk als exemplaar gebruikt door de anonieme Middelnederlandse vertaler. (downloadbaar in kleur)
Die vergaderinge der historien van Troyen, synoptische kritische editie van de druk van Jacob Bellaert, Haarlem 1485, in combinatie met de Recueil des histoires de Troyes, zoals gedrukt door Colard Masion [?], Brugge [?] 1477 [?], bezorgd door Willem Kuiper. Amsterdam 2016 i.s.n. pdf-editie
Die vergaderinge der historien van Troyen, kritische editie van de druk van Jacob Bellaert, Haarlem 1485, bezorgd door Willem Kuiper. Amsterdam 2016 i.s.n. epub-editie (dezelfde editie in zip-formaat).
   
   
Literatuur:
   
– Marc Aeschbach, Raoul Lefèvre – Le Recoeil des Histoires de Troyes. Bern etc. 1987. Publications Universitaires Européennes.
– Wilma Keesman, De eindeloze stad, diss. UvA Amsterdam 2014; handelseditie Hilversum 2016.
– Willem Kuiper, ‘Die vergaderinge der historien van Troyen’, in: Neder-L, elektronisch tijdschrift voor de neerlandistiek
   
   

Ga naar het begin van deze pagina

Ga naar het beginscherm