De Visser van Parijs

Het korte burleske, komische en vaak obscne verhaal - in Frankrijk aangeduid als fabliau, conte of dit - is in de Middelnederlandse handschriften bijzonder beroerd bewaard gebleven. De eerste editie van wat hier te lande boerden genoemd worden, verscheen in 1860, toen Eelco Verwijs acht boerden uit het handschrift-Van Hulthem editeerde, die door de Gentse hoogleraar C.A. Serrure "om den onzedelijken of onkieschen inhoud" ongeschikt bevonden werden voor publicatie in het Vaderlandsch Museum, waarin teksten van het Handschrift-Van Hulthem werden uitgegeven.

Verwijs verbaasde zich over deze preutsheid. Hij vond een Belgische vakbroeder - wiens naam zorrgvuldig verzwegen wordt - bereid een afschrift te maken en publiceerde deze acht "verstootelingen" aangevuld met twee soortgelijke teksten in 1860 als Dit sijn X goede boerden. In 1957 verscheen een heruitgave van de hand van C. Kruyskamp, aangevuld met de boerden uit het Brusselse handschrift KB II 1171. Deze teksten zijn om wat voor reden dan ook destijds niet opgenomen in het corpus berijmde teksten op de CD-ROM Middelnederlands, terwijl de editie-Kruyskamp nog altijd ontbreekt op de DBNL.

Het verhaal over de Visser van Parijs is mijns inziens een van de meest geslaagde specimina van dit genre. Het is even hilarische als cynische 'analyse' van het geheim van een gelukkig huwelijk, waarbij de komische overdrijving niet geschuwd wordt. De visser en zijn vrouw worden als vermogende mensen geportretteerd en hun conversatie zou ruimschoots aan de hoofse normen voldoen als zij nietaf en toe bewust werd gelardeerd met een vulgaire uitdrukking. Zoals zo vaak is de anderstalige brontekst onontbeerlijk om het verhaal goed te begrijpen, vandaar dat deze er synoptisch bijgegeven wordt. Als de vrouw in bed haar liefde verklaart dan houdt zij in het Frans het geslachtsorgaan van haar man vast. Wat zij zegt, zegt zij dus tegen dat geslachtsorgaan, niet tegen haar man. De echtgenoot realiseert zich dit, en beseft dat het niet waar is wat zij tegen 'hem' zegt. Maar hij en het publiek begrijpen dat zij onbewust de waarheid spreekt tegen wat zij in haar hand houdt. Ook komt het Frans ons te hulp bij de dode monnik. Deze werd op heter daad door de ridder betrapt, sprong in doodsangst de Seine in, waarin hij zo snel verdronk dat zijn erectie door de rigor mortis geconserveerd werd. Vermoedelijk gebruikte de voordrager - een middeleeuwse Hans Teeuwen - een attribuut, waarmee hij zijn voorstelling een extra dimensie gaf. Het publiek zal - zeker in Frankrijk - uit een gemengd gezelschap van (gehuwde) mannen en vrouwen bestaan hebben, vermoedelijk met een slok op, dat meeleefde als kinderen voor een poppenkast.

Literatuuropgave:

- Dit sijn X goede boerden. Uitgegeven en toegelicht door Eelco Verwijs. 's-Gravenhage 1860.
De Middelnederlandse boerden. Voor het eerst verzameld en uitgegeven door C. Kruyskamp. 's-Gravenhage 1957.
- Nouveau Recueil Complet des Fabliaux (NRCF). Publié par Willem Noomen et Nico van den Boogaard. 10 delen. Assen 1983-1998.
- F.J. Lodder, Lachen om list en lust. Studies over de Middelnederlandse komische versvertellingen. Ridderkerk 1996. diss. RUL 1997.

Edities: