Verantwoording

Toen het Repertorium van Eigennamen in Middelnederlandse Literaire Teksten (REMLT), een volgens plan in 5 jaren te realiseren vernieuwings project van het toenmalige P.J. Meertens Instituut (KNAW), op 1 januari 1993 van start ging, waren digitale edities van Middelnederlandse literaire teksten een (zeer) schaars goed: experimenten van letterkundig geschoolde medewerkers aan een universitair rekencentrum of huisvlijt van avantgardisten die thuis een PC hadden staan, om er heel snel achter te komen welke ommetelijke voordelen een digitale editie boven een papieren editie heeft. De CD-ROM Middelnederlands, een project van Piet van Sterkenburg, alias Piet Ponskaart, in die dagen de visionaire directeur van het Instituut voor Nederlandse Lexicologie (INL) te Leiden, was er nog (lang) niet, en ook de Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren (DBNL) moest nog worden opgericht. Een NWO-aanvraag in 1991 [?] voor een ‘Tekstencentrum’ door Neder-L oprichter Ben Salemans, verbonden aan het Universitair Rekencentrum van de toenmalige Katholieke Universiteit Nijmegen, waar historisch taal- en letterkundigen gewaarmerkte digitale edities van Nederlandstalige (literaire) teksten zouden kunnen deponeren en downloaden voor onderzoeksdoeleinden, werd door de regenten volstrekt niet serieus genomen. Letteren en computers, hoe haal je het in je malle hoofd!? Voor het excerperen van Middelnederlandse teksten voor het REMLT werd daarom noodgedwongen gebruik gemaakt van vooral 19e-eeuwse (typografische) kritische edities, niet bezorgd door historisch letterkundigen met als specialisme de letterkunde van de Middeleeuwen, maar door taalkundigen, die in het kielzog van het Middelnederlandsch Woordenboek (MNW) ‘bouwstoffen’ aanleverden, meestal in de vorm van een dissertatie. Meer dan eens knarsetandend, omdat de gymnasiaal geschoolde editeur het niet kon laten in zijn emendatiedrift de middeleeuwse spelling van de eigennamen te ‘verbeteren’ en aan te passen aan de Winkler Prins Encyclopedie, een nu vergeten naslagwerk, maar in die jaren een even prestigieus als onaantastbaar monument van ware en juiste kennis.
   Om de Middelnederlandse letterkunde zinvol en wetenschappelijk verantwoord te kunnen bestuderen zouden eigenlijk van alle bewaard gebleven bronnen diplomatische transcripties beschikbaar moeten zijn, die op hun beurt weer zouden moeten dienen als fundament voor het maken van nieuwe kritische edities. Het gemak en de zorgeloosheid waarmee Middelnederlandse teksten geciteerd worden uit negentiende-eeuwse edities, bezorgd door editeurs die, uitzonderingen daargelaten, collectief in de waan verkeerden dat middeleeuwse kopiisten suffende, incompetente knoeiers waren die hun grammatica niet beheersten en die zij met hun historisch taalkundige kennis van zaken mochten overstemmen, blijft mij verbazen. In de handschriften zelf, en vaak ook in de drukken, zien die teksten er vaak heel anders uit ... En de kopiisten en zetters van die teksten beschouw ik inmiddels als dierbare en hooggewaardeerde collega’s.
   Om deze reden heb ik in de loop der jaren van alle Middelnederlandse teksten die mijn belangstelling hadden, diplomatische edities voor eigen gebruik gemaakt. Die edities in boekvorm uitgeven, zo daar al belangstelling voor bestond, was onbetaalbaar. Maar nu het technisch een fluitje van één eurocent is om teksten op het Internet te publiceren en zo voor iedereen (gratis) toegankelijk te maken, heb ik besloten mijn digitaal archief te openen en de daarin bewaarde teksten te bewerken tot bruikbare digitale edities. Hetzelfde heb ik gedaan met door mij begeleide doctoraal- en masterscripties van studenten Historische Nederlandse Letterkunde UvA. Dit waren in de regel onuitgegeven teksten die in combinatie met hun anderstalige brontekst werden uitgegeven. De Middelnederlandse literatuur is toch vooral een vertaalde literatuur, en dat betekent dat wie zich bezighoudt met de bestudering van de Middelnederlandse letterkunde zich niet kan beperken tot het vertaalresultaat, maar zich ook moet verdiepen in het vertaalproces. Dat is overigens verre van saai werk. Het is fascinerend om de (systematische) veranderingen op te sporen die een auteur / vertaler aanbracht door 1) weglating (bekorting en censuur), 2) toevoeging (uitleg en commentaar), en 3) verandering (onwetendheid of onbegrip). Zo is in de loop der jaren een tweeledig editiemodel gegroeid, bestaande uit een synoptisch kritische studie editie van een (onuitgegeven) Middelnederlandse tekst in combinatie met de brontekst in pdf-formaat, en een kritische lees editie zonder brontekst en voetnotenapparaat in epub-formaat. Een aantal van de hier bijeengebrachte teksten werd eerder als feuilleton gepubliceerd in het weblog Neder-L, Elektronisch tijdschrift voor de neerlandistiek.
   De naam van deze digitale reeks is een hommage aan de oude (typografische) Bibliotheek van Middelnederlandsche Letterkunde, die verscheen tussen 1868 en 1923. Initiatiefnemer was H.E. Moltzer (1836-1895), hoogleraar te Groningen, de uitgever was J.B. Wolters te Groningen. In totaal verschenen er 74 afleveringen, even rijk als divers.
 
Willem Kuiper


Ga naar het begin van deze pagina

Ga naar het beginscherm