Hieronymus van Alphen (1746-1803)
Zeg me zoete lieve Lotje! wat is dee oorzaak, datge schreit: Hebtge uw beugeltas verloren, of gebroken, lieve meid?
Zou 'k niet schreien, waarde Keesje! Moeder lief was niet voldaan Met mijn naaiwerk; o! zij zag mij met verdriet en droefheid aan. Ja zij wilde mij niet kussen, zo als ze anders altijd doet. Foei mij! ach! dat zulk een moeder om mijn stoutheid treuren moet.
Wat kan 't baten, dat gij eenzaam in een hoekje zit, en klaagt. Ga, zij zal het u vergeven, als gij om verschoning vraagt.
Zult gij dan mijn voorspraak wezen? mij geleiden?
Ja gewis
Zou ik niet voor Lotje spreken,
die mijn liefste zusje is.
Maar gij hebt geen voorspraak noodig,
als gij moeder valt te voet,
Zal zij 't zeker u vergeven,
moeder, weet gij, is zo goed,
Gistren las zij voor ons beide,
dat ook God de schuld vergeeft:
'k Weet, zij zal u wis verschoonen,
daar zij zulk een voorbeeld heeft.
[Hieronymus van Alphen Home-pagina] [Coster Pagina]
Opmerkingen aan: coster@dds.nl.