Baker- en Kinderrijmen
Dertig dagen heeft November, April, Juni en September, De andre hebben dertig en één, Uitgenomen Februari alleen, Want die heeft er viermaal zeven, 't Schrikkeljaar nog één daarneven.
Maartsche buien, De beduien, Dat de zomer aan komt kruien.
De daagjes, die daar lengen, De nachtjes, die daar strengen.
Aprilletje zoet
Geeft nog wel een een witten hoed.
Variatie
Maart roert zijn staart.
April doet wat hij wil.
Een sneeuwtje in de slijk,
Een vorstje aan den dijk.
Sneeuw op slik
Binnen drie dagen ijs, dun of dik.
Mist
Geeft vorst in de kist.
De eerste dag zeit niets, De tweede dag ziet iets, De derde dag zeit meer, De vierde zet het weêr.
De eerste en tweede zeit niets, De derde zeit iets Maar zoo de vierde en vijfde zijn, Zoo is de gansche maneschijn.
Avondrood,
Mooi weêr aan boord;
Morgenrood,
Water in de sloot.
Een kring om de maan, Dat kan gaan; Maar een kring om de zon, Daar schreien vrouwen en kinders om.
[Baker- en Kinderrijmen pagina] [Coster pagina]
Bezorgd door Joachim Verhagen.
Opmerkingen aan:
coster@dds.nl.