Baker- en Kinderrijmen
Daar kwam een dief - larron, Al in mijn huis - maison; Ik nam een stok - bâton, En sloeg den dief - larron, Al uit mijn huis - maison, Omdat hij had gestolen Een ketel - chaudron.
Een os - un boeuf,
Une vache - een koe.
Fermez la porte - doet de deur toe.
'k Heb gevonden - j'ai trouvé. Op de markt - au marché. Een man - un home. Een appel - une pomme. Een spijker - un clou. Fermez la porte - doet de deur toe.
Daar was een smid - attivit Die had een kat - attivat En die kat - attivat Brak haar poot - attivoot; Toen kwam de smid - attivit En zette de poot - attivoot Van de kat - attivat In 't gelid - attivit.
De kat die krabt de krullen van de trap.
Kamdraad, om verkens te ringen.
Drie drooge doeken; Drie doeken bennen droog.
David deê den Duivel dansen, Doe de duivel dronken was.
Mijn moeder maakt me mooi Met mijn moeders mooie mopmuts.
[Baker- en Kinderrijmen pagina] [Coster pagina]
Bezorgd door Joachim Verhagen.
Opmerkingen aan:
coster@dds.nl.