Cornelis Paradijs
O, wat is het dichten zoet! Altijd... als men dichten moet,- Dichten is niet ieders zaak, Geen ontspanning over vermaak. Dichten is: uit vol gemoed Storten zijn gedachtenvloed, Als een breeden waterval, In zoetvloeiend woordgeschal. Moest ik zoeken naar een woord- 'k Zou niet dichten, zooals 't hoort; Moest ik denken bij mijn lied- 'k Vond mijn inspiratie niet. Onbelemmerd, onbeklemd, Al naar God mij cither stemt, Zing ik, op een warmen trant, God ter eer en 't Vaderland!
Grassprietjes, 1885
[Cornelis Paradijs pagina] [Coster pagina]
Bezorgd door Joachim Verhagen.
Opmerkingen aan:
coster@dds.nl.