O, vrouw,
bloeit de schaduw waaierbloem en firmament,
dat sterren schrijden in den gang mijns bloeds
en nacht de weerklank van den roep der handen
en uit den zoom van mijne donkerheden,
onder de hemelbruggen mijner armen,
het maanzeil tastend over dansend stroomlijf
o, het zal stranden aan gifspelonk der oogen,
vrouw
Bron: H. Marsman, Verzameld werk Deel 1: Poëzie. Amsterdam/Bilthoven, 1938.
Ingezonden door: IJme Woensdregt