Tot aan den rand,
tot ín den waanzin is hij voortgegaan.
wat deert het dan dat hij is opgebrand
voor hij volkomen rijpen kon tot man?
liever éen nacht als duizelende vlam
God in den Hemel het Gelaat geschroeid
en voortaan blind, verslagen, vleugellam,
dan dat men Dood en Leven ongemoeid
voorbij laat als een schuldloos lam.
hij heeft geleefd als een verterend vuur
en honderd harten zorgeloos verdaan
en honderd levens achteloos verbrand,
totdat er niets meer van hem overschoot
dan een gebroken, dof, verwezen man.
en arm het land, dat niet vergeven kan
de sombere weelde van dien ondergang,
de wilde glorie van dat morgenrood!