Jacobus Revius (Jakob Reefsen) 1586-1658
De werelt is vervult met droefenis en clagen,
Vol snode lastering' en vol onwaerdicheyt,
Vol wyle ogen-lust, en vol lichtvaerdicheyt,
Vol onverdienden haet en dodelijcke lagen,
De werelt is vergift met wroegen ende knagen,
Vol stege wrevelmoet en vol hovaerdicheyt,
Vol ongebonden sucht en vol quaet-aerdicheyt,
Vol sonden opgehoopt, vol opgehoopte plagen.
O herten die noch sijt van hare stricken vry
Vliet verre van dees trouw- en liefde-lose pry.
Al isse noch soo schoon vercieret en bepeirelt.
Vraecht niet, hoe can het sijn dat sij soo goddeloos,
Soo eer-vergeten zy en overgeven boos?
Eylaes! het is om dat de werelt is de werelt.