De schoolmeester (Gerrit vande Linde)
Look here, upon this picture and on this.
Hoe minzaam speelt in 't herfstseizoen Door 't ruischend wond het licht der maan. Hier zag ik Olga sidd'rend staan. Zacht lei ze 't korfjen neêr in 't groen En snikte en vlood... Haar argloos wicht Is thands apteker te Maastricht.
De torenspits, met mosch omkleed, Die 't nesteken van 't vooglenpaar (Zacht bruilofstbed, zoet echtaltaar) Een stille wijkplaats vinden deed, Helaas! die spits is naar de maan En 't vooglenpaar heeft broekjens aan.
Een zag ik hier het rijpend graan, Dat menig hart met hoop vervult, Als heilbode op den akker staan, Door 't zonlicht in goud gehuld. Die gulden oogst, dat golvend geel Is thands by bakkers en wordt meel.
De pelgrim, die hier 't matte lijf, Gebogen op den wilgestaf, En zat van 's waerelds laf bedrijf, Verpoosde op 't vochtig zooden graf, Die pelgrim, 't levens walgens moeê, Ging naar de markt en kocht een koe.
De wees, die nooit den liefdelach, Den warmen gloed van 't moederoog, Zijn treurig pad bestralen zag, Die, als hy hong'rend herwaarts toog, Slechts dorre stopp'lend vond voor brood, Vaart thands als beurtman op Buiksloot.
Het koozend paar, vol zoeten kout, En zoeter hoop, wien 't heidegras, 't Verholen hoekje in 't kreupelhout, Een keurlijk minpriëeltje was, Is sedert jaren man en vrouw, En bakt thands pijpen in Ter Goû.
Eens zag ik hier een maagdelijn, Zoo lieflijk als de dageraad, Zoo fraai als weinig maagden zijn, Zoo lokken lief haar lief gepraat. Dat aardig kind, vol zoet bescheid, Is thands een grijze keukenmeid.
Ook ik zat eenmaal in dit woud, By 't lieve zilverlicht der maan, Naast bloempjes, zestien jaren oud, Als of ik nooit weër op zoû staan. Thands zit ik met een dikke buik En met een slaapmuts op mijn pruik.
[Schoolmeester Homepagina] [Coster Pagina]
Opmerkingen aan: coster@dds.nl.