Het leren van taal
Het lijkt zo makkelijk
Je
hebt vast op een zwoele zomeravond wel eens zitten kijken naar
de vlugge bewegingen van vleermuizen die zich aftekenen tegen de
nog heldere avondlucht. Of steentjes in de lucht gegooid en gezien
hoe die vleermuizen met een snelle duik daarop afkomen. Onhoorbaar
voor het menselijk gehoor is de lucht op dat moment vol van de geluiden
die door die beestjes worden uitgezonden en waarvan ze de echo's
opvangen in hun relatief enorme oorschelpen. Met die echo's vormen
ze zich een beeld van hun omgeving en zoeken ze hun weg en localiseren
ze potentiele prooien (jouw steentjes). Deze ingenieuze vleermuizenradar
bestond al miljoenen jaren vóórdat mensen op het idee
van een radar of een echolood kwamen; het is een uitvinding van
de natuur.
Je hebt je er misschien ook wel eens over verbaasd waarom een Franse
peuter van 3 jaar veel beter Frans spreekt dan jij die toch bijna
6 jaar je best hebt gedaan om Frans onder de knie te krijgen. Waarom
gaat het leren van een vreemde taal eigenlijk zo moeizaam terwijl
je je moedertaal toch spelenderwijs onder de knie hebt gekregen?
In deze webklas zullen we zien dat het antwoord op deze vraag is
dat mensen beschikken over een aangeboren taalvermogen. Net zoals
vleermuizen beschikken over een ingebouwde radar beschikken mensen van nature
over het vermogen om talen te leren. In deze webklas zullen we nader
kennis maken met dat taalvermogen. Tegelijkertijd leer je het een en
ander over de structuur van talen, en uiteraard meer in het bijzonder
over het Nederlands.
Talen lijken op het eerste gezicht weinig of niets met elkaar te
maken te hebben. Weliswaar kom je in verwante talen vaak min of
meer dezelfde woorden tegen (ons woord gaard en het Duitse
Garten lijken erg op het Franse jardin dat weer
erg lijkt op het Portugese jardin) maar over het algemeen
lijken talen oppervlakkig gesproken niet erg op elkaar. We zullen
in deze webklas zien dat bij nadere bestudering blijkt dat alle
door mensen gesproken talen eigenlijk min of meer van hetzelfde
laken een pak zijn. Het Frans lijkt oppervlakkig gesproken dan wel
erg verschillend van het Nederlands, maar in wezen zijn er veel
overeenkomsten. Zo zou je misschien niet verwachten dat het Nederlands
een aantal essentiële eigenschappen deelt met het Japans.
Het taalvermogen van de mens vormt de grondslag van alle menselijke talen en dus ook van het
Nederlands, het Engels en het Frans. En dat maakt dat als we goed
kijken het Frans, het Nederlands en ook bijvoorbeeld het Japans
veel met elkaar gemeen hebben; ze komen allemaal voort uit
hetzelfde menselijke taalvermogen.
Eén van de centrale vragen van de hedendaagse taalwetenschap
is "hoe kan het dat jonge kinderen zo snel, en zonder dat ze
expliciete instructie krijgen zo'n complex systeem als hun moedertaal
leren" [Chomsky]. In deze webklas willen we je een beeld geven
van hoe taalkundigen deze vraag onderzoeken en met welke antwoorden
ze tot nu toe op de proppen zijn gekomen. Zo krijg je niet alleen
een idee van het vak taalkunde dat deel uitmaakt van de opleiding
Nederlands, maar ook van het onderzoek dat taalkundigen aan de universiteit
verrichten.
De centrale onderzoeksvraag naar het vermogen van kinderen om razendsnel
hun moedertaal te leren is bedacht door Noam Chomsky. Chomsky is
nog steeds als taalkundige actief en heeft een grote invloed op
het taalwetenschappelijk onderzoek.
|