1837

 

01         DODT VAN FLENSBURG, J.J. 'Bijzonderheid, betreffende Ph. Marnix van St. Aldegonde'. In: De Vriend des Vaderlands, 11 (1837), p. 591-599.

             *     Tracht de vraag te beantwoorden, of M. in 1575 pogingen in het werk gesteld heeft hoogleraren voor de pas opgerichte universiteit van Leiden te werven in Duitsland. Languet meldt op 1 maart van dat jaar aan de Hertog van Saksen, dat M. in Heidelberg hoogleraren zocht; Wagenaar (Vad. Hist., VI, p. 498) maakte hieruit op, dat M. ze ook inderdaad naar Leiden bracht. Schr. citeert uit de opdracht aan M. in een geschrift van Johannes Piscator van 1593, waarin deze hem herinnert aan het feit, dat M. Piscator negentien jaar eerder in Heidelberg uitgenodigd had een hoogleraarsambt te Leiden te aanvaarden. Citeert nog als aanvulling op de M.-correspondentie een fragment van een M.-brief aan Lipsius, gedateerd 19 december 1583.

 

02        GOETHALS, F.V. 'Aldegonde'. In: Lectures relatives à l'histoire des sciences et de la politique en Belgique, [...]. 1 (1837), p. 73-89. Met portr. door Felix de Vigne.

             *     Korte biografie over M. als staatsman, vol onjuistheden en zonder enig historisch belang. Op p. 86-89 wordt een onvolledige lijst met 14 werken van M. vermeld.

 

03         GROEN VAN PRINSTERER, G. [Ed.] Archives, ou correspondance inédite de la Maison d'Orange-Nassau. Recueil publié par G. Groen van Prinsterer. 1e sér. IV. Leide, S. et J. Luchtmans. 1837.

             *     M. meldt diverse berichten aan Jan van Nassau (p. 22 e.v., 80 e.v., 89 e.v., 132, 152 e.v.), evenals aan het vertwijfelde bestuur van Haarlem (p. 160); gevangen genomen door de Spanjaarden (p. 231 e.v., 237, 238, 239); schrijft vanuit de gevangenis aan de prins over de noodzaak onderhandelingen met de koning te beginnen (p. 285); krijgt een antwoord (p. 298).

             #     Zie voor II: 1835.02, voor III: 1836.02, voor V: 1838.03, voor VI-VII: 1839.03, voor VIII: 1847.02.  

04        WILLEMS, J.F. 'Willem de Gortter'. In: Belgisch Museum I (1837), p. 372.

             *     In het handschrift van deze Mechelse rederijker bevindt zich een afschrift van het Wilhelmus, waarbij De Gortter schreef: '1568 ghecomponeert ende ghemaeckt door jonckheer Philips van Marnicx, heere van Sinte-Aldegonde, excellent poeet'. Gezien de twisten over de vervaardiger van dit lied, vindt schr. deze verklaring 'van geen klein gewicht in deze zaak'.

             #     Zie ook 1838.05.