Salman 1988-1989

Salman, J. 'Volksliteratuur tussen volk en elite', in: Leidschrift 5 (1988-1989), nr. 3, p. 5-32.

*          Colportagenetwerk in Engeland en Frankrijk, p. 14.

? eeuw; Engeland/Frankrijk; marskramer (colporteur)

 

Saubert 1970-1977

Saubert, J. Emblematische Cabinet. Heruitg. door D. Tschizewskij en E. Benz. New York.

*          Band 2 (1970): Geen plaatjes van marskramers.

            Band 3 (1972): Blz. 99: Een plaat uit 1607 met als boventitel Horatiana. Op de voorgrond zit een man met een mij onbekend apparaat. In het landschap achter hem trekt een leger voorbij en rechtsonder is een marskramer in beeld (7.2).

            Band 6 (1977): Blz. 15: Een plaat uit 1625 waarop verschillende mensen te zien zijn in een landschap met bomen, bergen, akkers en steden. Rechtsonder zit een drinkend gezelschap en dit wordt begroet door een marskramer. Meer naar achteren ligt een marskramer onder een boom en nog verder naar achteren klimt er ťťn de berg op (7.3).

            Band 7 (1975): Geen plaatjes van marskramers.

            Band 11 dl. 1-2 (1977): Geen plaatjes van marskramers.

            Band 12 (1977): Geen plaatjes van marskramers.

afbeelding 7.2; 7.3

 

Schama 1988

Schama, Simon. Overvloed en onbehagen, de Nederlandse cultuur in de Gouden Eeuw. Amsterdam 1988.

*          Zakenregister: marskramers: -; almanak: -; landlopers (arme sloebers), p. 577-81, 584.

17e eeuw; Nederland; landloper

 

Schatborn 1971

Schatborn, Peter. Iconografie du notariat. Groningen/Haarlem 1971.

*          Figuur 15 betreft een tekening van Adolf van der Laan (1684/ 1690) waarop een straatbeeld te zien is. Op de voorgrond lopen twee marskramers (7.12).

afbeelding 7.12

 

Schenda 1976

Schenda, Rudolf. Die Lesestoffe der kleinen Leute. Studien zur populšren Literatur im 19. und 20. Jahrhundert. MŁnchen 1976.

*          In dit boek wordt in het eerste hoofdstuk (p. 11-29) de colporteur behandeld, maar minder uitvoerig dan in Schenda 1977.

(Bron: Buijnsters.)

19e-20e eeuw; Europa; marskramer (colporteur)

 

Schenda 1977

Schenda, Rudolf. Volk ohne Buch. Studien zur Sozialgeschichte der populšren Lesestoffe 1770-1910. 2e dr. MŁnchen 1977.

*          Dit boek bevat behoorlijk wat informatie over de "Hausierer" en de "Kolporteur". Er wordt zelfs een volledig hoofdstuk gewijd aan de "Kolporteure und Kolportagebuchhandel".

            p. 104: Een zekere P. Dehn wijdt zijn Moderne Kolportage-Litteratur (1894) aan de marskramer, maar heeft weinig aandacht voor de echt lage literatuur. Zo verkocht de marskramer kookboeken, kalenders, maar ook droomboeken en toverboeken voor middeltjes om te genezen en liefdedrankjes. De marskramer was dus een drager van bijgeloof.

            p. 112: Hier is er sprake van een "Decret des KŲniglichen Ober-Censur-Collegiums, betreffend den Handel der Landkršmer und Hausirer mit Drukschriften" uit mei 1812 die zich voor het laatst wendt tegen het verspreiden van verderfelijke vliegende bladen, liedjes en andere volksgeschriften. Ook op p. 116-117 is er sprake van dit soort verordeningen.

            p. 137: Colporteurs waren de verspreiders van politieke vlugschriften.

            p. 228-247: De colporteur treedt op sinds de 16de eeuw en is de overbrenger van vreselijke berichten. Hij verkoopt ontuchtige spullen, dat is tenminste al eeuwen de mening van iedereen. Maar in hoeverre is hier slechts sprake van een karikatuur die de waarheid geweld aandoet. In 1611 sloten de Parijse colporteurs zich aaneen tot een vereniging. In 1723 kwam er een aantal rechtsartikels die uit enkel verboden voor de colporteurs bestonden. Zo mochten ze geen winkel openen en moesten met een koffer lopen. Ook uit andere bleek dat men de colporteurs niet zo vriendelijk gezind was. Dit geldt voor Frankrijk en voor Duitsland. Zo schrijft een zekere Johann Gottfried von Pahl over colporteurs: "Colporteurs verkochten hun waren voor zeer geringe bedragen op jaarmarkten en in dorpen, waren bestaande uit kleine boekjes of losse bladeren, op slecht papier en met stompe letters gedrukt, versierd met houtsneden en rode titels. Maar deze werkjes waren de moeite van het lezen niet waard". En zo worden er nog enkele van dit soort reacties beschreven. En ook de staat was zeer fel gekeerd tegen de colporteurs. Deze felle tegenstand bleef tot ver in de 19de eeuw bestaan. Colportageliteratuur werd duidelijk beschouwd als slecht voor de moraal van het volk.

            p. 248-270: Hier wordt een weergave gegeven van het ondervragen van een Franse marskramer, FranÁois Desbarrac, door de politie. De ondervraging vond plaats op 8 maart 1924. Er blijken heel wat meer van dit soort ondervragingen geweest te zijn en daardoor is ook bekend wat deze colporteurs nu precies bij zich hadden. Ook verboden boeken kwamen in hun handel voor en boeken die volgens volkspedagogen schadelijk voor het volk waren (zoals de al eerder genoemde toverboeken). Er wordt verder ook aangegeven hoeveel colporteurs er waren van 1850 tot 1870 en wat voor soort mensen zij nu eigenlijk waren. Afkomstig uit een laag milieu, weinig geleerd en aangetrokken door de buitenwereld. De belangrijkste taak die de colporteur had is het rondbrengen van z.g. vermaakliteratuur en van berichten.

            p. 276: De marskramer bracht ook volksboekjes aan de man.

            Er staat nog veel meer in dit stuk van Schenda, vooral veel voorbeelden van stukjes tekst gericht tegen marskramers/colporteurs. Jammer genoeg is het redelijk toegespitst op de 18de eeuw, maar toch wel bruikbaar. Ook worden er redelijk wat literatuurverwijzingen gegeven, maar allemaal naar Duitse of Franse boeken.

(Bron: Buijnsters.)

18e-20e eeuw; Europa; marskramer (colporteur); genres; sociale positie; overheidsmaatregelen

 

Schimmel 1882

Schimmel, G.W. Beschouwingen over de periodieke pers in verband met verantwoording van drukpersdelicten. 1982.

*          [Theoretisch, geen voorbeelden uit de praktijk]

(Bron: Bestand van de Vereeniging Boekhandel.) 

 

Schleier 1973

Schleier, R. Tabula Cebetis. Berlijn 1973.

*          Geen plaatjes van marskramers.

 

Schmidt 1986

Schmidt, P.P. Zeventiende eeuwse kluchtboeken uit de Nederlanden, een descriptieve bibliografie. Utrecht 1986.

*          No.6 De gaven van de milde St. Marten, No.8, 10 zijn verschillende uitgaven van dit werk.

            No.29 Den klugtigen bancketkramer, Dordrecht, zonder drukker, te koop bij; C. Jansz. boekverkooper, 1657, 12o (UBA; ok 73-575).

            No.54 Den nieuwen cluchtvertelder te Londen en Weimar, niet gecollationeerd

            No.56 Den seer vermaeckelyke kluchtvertelder, A.W.J.L. Ieper Antwerpen, (z.j.) 12o.

            In dit boek zijn een aantal titelpagina's van kluchtboeken afgedrukt. Op sommige daarvan komen marskramers voor die de kluchtboeken verkopen.

            Blz. 29: De titelpagina van De gaven van de milde St. Marten. Uitgegeven in 1654 in Amsterdam bij Kornelis Last. Exemplaar Leiden: U.B., M.N.L. 1073 A 245.(6). Links is een marskramer te zien die zittend op zijn knieŽn zijn boeken aan het publiek probeert te slijten (1.1.a).

            Blz. 38: De titelpagina van De gaven van de milde St. Marten. Uitgegeven in 1662 in Amsterdam bij M. de Groot. Exemplaar Den Haag: K.B. 28E27.(10). Rechts is een marskramer afgebeeld met bokkepoten die zijn boeken aan het publiek verkoopt (1.1.b).

            Blz. 66: De titelpagina van Den kluchtigen bancket-kramer. Uitgegeven in 1657 in Amsterdam bij C. Jansz. Exemplaar Leiden: U.B. M.N.L. Boekenoogen 292.(29). Er is een banketkramer te zien die broodjes verkoopt. In zijn hand houdt hij een boek, misschien de tekst van de klucht? Dat zou betekenen dat het hier om de acteur gaat die de rol van kramer speelt (1.1.c).

            Blz. 108: De titelpagina van Den seer vermaeckelycken kluchtvertelder. Uitgegeven in Antwerpen bij W. van Bloemen, jaartal onbekend. Exemplaar Brussel, Koninklijke Bibliotheek Albert I, VH 24341.(56). Op een verhoging staat een man met naast zich een grote kist vol boeken. Hij zegt:" Veel kluchts voor luttel gelts." Dus blijkbaar verkoopt hij zijn boeken en hebben we hier dus te maken met een marskramer (1.1.d).

17e eeuw; Nederland; kramer (primaire literatuur; afbeelding 1.1.a-d)

 

Schotel z.j.

Schotel, G.D.J. Het maatschappelijk leven onzer Vaderen in de Zeventiende Eeuw. Leiden z.j.

*          Hoofdstuk 1: -; Hoofdstuk 4: -; Hoofdstuk 16: Kermis.

            p. 268: 'Er was in de 15e eeuw geen stad, dorp of gehucht, of het had een of meerdere jaarmarkten. Toen Philips van Spanje als graaf van Holland plechtig was afgezworen, oefenden de Staten dit recht uit en gaven, evenals weleer de graven, vrijheid tot het houden van jaarmarkten. (...) Zij noodigden in hunne giftbrieven "Alle kooplieden, kramers en anderen, wie zij ook mochten zijn, ingezetenen en vreemdelingen, bekenden en onbekenden uit, om met hunne goederen, koopmanschappen en andere waren de jaarmarkten te komen bijwonen.'

            p.274: prent?; p.279, lit. verwijzing: Venne, A. v.d., Tafereel der belacchende werelt, Den Haag 1635 (p. 50, 110).

17e eeuw; Nederland; marskramer (afb.)

 

Schotel 1872

Schotel, W.D.J. Vaderlandsche Volksboeken en Volkssprookjes 1. Haarlem 1872.

*          Marskramers p. 45, 85.

            Deel 1, p. 45: Afbeelding van de Friese Almanakkramer Fobbe Konst, uit de Bredasche almanak van Jan van Vliet. p. 32: over almanakkramer; p. 85: kuipers almanak.

? eeuw; Nederland; marskramer (afb. 1.10)

 

de Schuyter 1944

Schuyter, Jan de. Over rolzangers en rolzangersliederen, Karveel-folklorereeks 4, Antwerpen 1944, p. 25).

*          Recensie in: Driemaandelijks tijdschrift voor de studie van het volksleven XLVI (1944) p.301-302. "Liedzangers zijn de laagste incarnatie van de middeleeuwse minnezangers en van de oude Helleensche Rhapsoden." (p.5). Liedjeszangers verspreiden behalve losse blaadjes met liederen en nieuws ook vlugschriften (p.47-48).

(Bron: Peeters Volkskunde, register B)

? eeuw; BelgiŽ; liedjeszanger (afb. 2.14.b-c)

 

Seelen 1981

Seelen, A. Het volkslied in Nederland. Heden en verleden van een ideaaltype. Nijmegen 1981 (Doctoraalscriptie sociologie van de massacommunicatie).

*          Seelen schrijft op p. 34-35 dat de talloze vliegende blaadjes die door de rondtrekkende zangers op jaarmarkten en kermissen werden verkocht vooral bestemd zijn voor de wat minder ontwikkelde kleine burgerij maar waarschijnlijk toch nog altijd voor een publiek dat kan lezen. Wel proberen de uitgevers aantrekkingskracht uit te oefenen op de analfabeten door de liedblaadjes te voorzien van houtsneden. Ook zijn er voor de kleine burgerij liedboeken met wat meer platvloerse titels als: de Amsterdamsche pakhuisvreugd, de Nieuwe vermakelijke snuifdoos etc. Deze boekjes zijn vaak klein, handzaam en goedkoop uitgevoerd, hebben weinig of geen illustraties, er komen weinig melodieŽn in voor, de bladzijden zijn overvol en de typografie is slordig.

            p. 38: Volgens Seelen is de periode 1500-1700 een belangrijke geweest in de geschiedenis van het volkslied. Ten eerste vanwege de uitvinding van de boekdrukkunst. I.p.v. mondelinge overdracht wordt het gedrukte woord het medium voor de verspreiding van liederen. Zowel de distributie als het karakter van het volkslied verandert. 'Het gebruikswaarde-aspekt van het volkslied verliest terrein t.g.v. het ruilwaarde-aspekt. Het lied wordt steeds meer een waar die verkocht gaat worden, de liedjeszanger een zelfstandig entertainer.'

            Ten tweede noemt Seelen maatschappelijke veranderingen. De besloten huiseconomie maakt plaats voor op de markt gerichte voedselproductie en de geldhuishouding doet z'n intrede. Daarnaast ontstaat er een steeds groter wordende stedelijke samenhang en andere kulturele behoeften.[het luisteren naar liedjes van zwerfzangers?]

ME - heden; liedjeszanger; afbeelding 2.9.a.; 2.12.a

 

van Selm 1987

Selm, Bert van. "Een menighte treffelijcke boecken". Nederlandse boekhandelscatalogi in het begin van de zeventiende eeuw. Utrecht 1987 (Proefschrift Amsterdam).

*          Marskramers p. 39, 351.

17e eeuw; Nederland; marskramer

 

van Selm 1988-1989

Selm, B. van. '"Almanacken, lietjes, en somwijl wat wonder, wat nieus." Volkslectuur in de Noordelijke Nederlanden (1480-1800): een onbekende grootheid', in: Leidschrift 5 (1988-1989), nr. 3, p. 33-68.

*          Marskramers p. 90.

15e-18e eeuw; Nederlanden; marskramer

 

van Selm 1991

Selm, B. van. '"Het kompt altemael aen op het distribuweeren". De boekdistributie in de Republiek als object van onderzoek', in: De productie, distributie en consumptie van cultuur. O.r.v. J.J. Kloek en W.W. Mijnhardt. Amsterdam 1991 (Balans en Perspectief van de Nederlandse cultuurgeschiedenis), p. 89-99.

*          Dit boek bestaat uit een aantal artikelen over de produktie, consumptie en distributie van literatuur door de eeuwen heen in Nederland. Er is echter slechts ťťn artikel dat terloops de marskramers noemt. Dit is het artikel van B. van Selm. Hij zegt jammer genoeg alleen maar dat hij zich niet zal bezig houden met de marskramers dus daar hebben we weinig aan. Hij verwijst hiervoor naar een ander artikel van hem, namelijk 'Almanacken, lietjes en somwijl wat wonder, wat nieus.' De enige andere drie verwijzingen die ik uit dit boek heb kunnen halen heb ik in de literatuurlijst opgenomen.

17e eeuw; Nederland; marskramer

 

van Selm 1992

Selm, Bert van. 'Onderzoek naar volkslectuur in de vroegmoderne tijd', in: id. Inzichten en vergezichten. Zes beschouwingen over het onderzoek naar de geschiedenis van de Nederlandse boekhandel. Amsterdam 1992, p. 62-76.

*          Marskramers, en daarvan de laagste groep, venters van liederen en pamfletten, waren mensen die beroepshalve met drukwerk in aanraking kwamen (dit zijn wel uitzonderingen) (p. 66).

            De kramers gingen naar de vrije jaarmarkten en leurden (ook buiten de toegestane dagen en weken) met nieuwstijdingen en almanakken. Zij kwamen ook in de meest geÔsoleerde dorpen en steden (p. 71). (Vooral de goedkope almanakken werden door de marskramer verkocht. p. 69.)

            Kramers waren mensen uit de laagste sociale lagen van de samenleving. Ze hebben echter weinig sporen nagelaten. Zo nu en dan vangt men iets op van hun werkzaamheden: 1. Protesten van gevestigde boekverkopers in de steden; 2. Rechtszaken. Een voorbeeld: een proces tegen Cornelis Pietersz. die opruiende liedjes had gezongen en verkocht. Het ging om vellen met drie liedjes die in een oplaag van 1000 exemplaren bij een drukker in Steenwijk waren gedrukt. Cornelis zong en verkocht deze liederen in dorpen en steden (p. 71); 3. Literaire teksten. vb. een klucht van Breughel uit 1610; 4. Titelpagina's. Voorbeeld: De nieuwe Rotterdamse nachtegael, singende veel aerdige amoreuse harders sangen. Uit het impressum blijkt dat deze bundel gedrukt is 'in Compagnie voor de kramers'. Deel twee van de bundel is gedrukt door Jacob Cornelisz Stichter, een belangrijk almanakkenproducent. Zijn drukkerij was gevestigd in de Haarlemmerstraat, bij de stadspoort. Een plek die alle kramers dus passeerden als ze de stad binnenkwamen of verlieten. (Fondsen van drukkers en boekverkopers die vlakbij de stadspoorten zaten. p. 72.)

17e eeuw; Nederland; marskramer (venter); liedjeszanger; sociale positie; overheidsmaatregelen

 

Servaas van Rooijen 19..

Servaas van Rooijen, A.J. Verboden boeken, geschriften, couranten enz. in de 18e eeuw.

*          zero

(Bron: Bestand van de Vereeniging Boekhandel.) 

 

Shachar 1974

Shachar, Isaich. The Judensau. Londen 1974.

*          Plaat 38 vertoont een aantal speelkaarten van H.L. Schšuffelein uit de 15de eeuw. Op ťťn van die kaarten is een vrouw te zien met een mars op haar rug (4.10).

            Plaat 59 is een spotprent van R. Newton uit 1795 (Londen) met de titel Trickks upon travellers. Te zien is een joodse marskramer met in zijn mars een varkentje (6.2).

afbeelding 6.2; 4.10

 

Shepard 1973

Shepard, Leslie. The history of street literature. Newton Abbot 1973.

*          1 'The varieties of street literature'.

            Naar aanleiding van de inleiding van dit hoofdstukje maakte ik voor mezelf een korte overweging over de Triviaalliteratuur, opgezet tegen de officiŽle literatuur. Ik neem dit niet over omdat mijn overweging nog niet helder voor mezelf is.

            Het op de markt komen van gedrukte boeken zorgde juist voor een grotere scheiding tussen volksliteratuur en de officiŽle literatuur van de hogere klassen.

            Balladen waren de literatuur van het 17e-eeuwse volk. Broadsheets waren qua thematiek breed gevarieerd: religieus, politiek, crimineel, romantisch, lieflijk, bawdy, grappig, moralistisch en tragisch.

            De meeste balladen werden gezongen door zangers die ze zongen voor een halve of een hele penny, meestal zong hij bekende liedjes, of liedjes die snel bij het publiek 'bleven hangen' wanneer ze na afloop de songtekst kochten. Liedzingen was een vorm van het brengen van muzikale nieuwstijdingen, en het was een voortzetting van de traditie van minstrelen. Men verkocht ook wel plaatjes met als doel om aan de muur te hangen (lotteries).

            Er werden ook veel pamfletten, almanakken, en volksboekjes verkocht door venters, chapbooks/cheapbooks genaamd. Pamfletten werden eerder door middenklassers gekocht. Zij waren te duur voor de armen. Pamfletten bezaten fijnere zinspelingen op politieke en religieuze zaken dan chapbooks. Chapbooks waren goedkoper, chapbooks waren een vel papier dat je in 4, 8, 12 of 16 delen moest vouwen en lossnijden. Zodoende zijn deze boek≠jes 4, 8, 12, 16o. Veel chapbooks waren verkorte versies van 6p- of shilling-romans. Toch werd de manier van kijken en denken van de armen die chapbooks lazen, gekleurder.

            Pepys heeft de grootste collectie van vroege broadside balladen. Pepys maakte in zijn verzameling 4o-delen een onderscheid in Vulgaria. De kleinere delen noemde hij: Penny Menniments, Penny Compliments en Penny Godlinesses.

            De belangrijkste periode van deze volksliteratuur was vanaf de vroege 16e eeuw tot het eind van de 17e eeuw. In de 18e eeuw waren chapbooks populairder dan broadsides, maar in de 19e eeuw was er een laatste opwaartse golf voor alle straatliteratuur, vlak voordat er kranten en goedkope boeken op de markt kwamen. Daarna is veel volksliteratuur verdwenen.

            George Thomason, een 17e-eeuwse boekverkoper, heeft de grootste collectie pamfletten bijeengebracht. (Studies over chapbookcatalogi p.34.) In de 19e eeuw is er weinig over straatliteratuur gepubliceerd. De straat en het marktplein zijn het theater van het volk. De straten waren de boekhandels en bibliotheken van het volk.

            2 'How it began'.

            Om het bestaan en de functie van goedkope volksliteratuur te begijpen, moeten we de impulsen die ze hebben gevormd bestuderen. In menselijke bezigheden zijn twee grote krachten aanwezig. De eerste kracht is traditie, een ondergrondse rivier die het verleden voedt en betekenis geeft aan het heden. De tweede grote kracht is topicaliteit, de nieuwheid van dingen in de materiŽle wereld. Het spreeekt het individuele leven aan in de contekst van geschiedenis, het voorpelt nieuwe instellingen en nieuwe ontdekkingen. Topicaliteit vraagt altijd om een nieuwe visie.

            Topicalisatie werkt het beste wanneer het tradities verfijnt en doet herleven in plaats van dat tradities stug en dogmatisch worden. Het lichaam van de Europese folklore is een oprisping van fragmenten van oude religie. Religie vestigde een relatie tussen de mens en het mysterie van zijn bestaan.

            (Lewis, B. - The part of the folk in the making of folklore, Folklore, March 1935.)

            Christelijke religieuze rituelen mengen zich met heidense rituelen. De traditie van liederen, verhalen en riten waren de voorlopers van straatliederenzangers met songteksten. Kerkmensen en overheidsdienaren waren verbaasd door de aantrekkingskracht van de liederen in de machtsstrijd tussen katholieken en protestanten.

            (p. 46) Vellen met balladen werden wel opgehangen aan de muren van herbergen en huizen, ze werden verkocht op markten en kerkpleinen, door marskramers door het hele land heen.

            4 'Pedlars and Patterers'.

            St. Pauls was ťťn van de grootste literaire centra in Londen. Hier waren veel stalletjes waar je boeken kon kopen. Boeken en balladen werden tentoongespreid in stokken met een gleuf in het midden, waar het boekje in werd vastgedraaid. Men gebruikte i.p.v. deze stokken, ook wel de deur-, en raamposten, op dezelfde wijze. Boekjes werden ook wel vastgenageld aan de kerkdeuren. De ene verkoper werkte vanuit zijn stalleteje, de andere werkte schreeuwend over de menigte heen.

            Liedverkopers liepen door de straten heen met hun nieuwe titels. Actualiteit gaf het nieuwslied zijn grootste aantrekkingskracht. De meeste melodieŽn waren oude dansmelodieŽn; daardoor was het niet moeilijk een nieuw lied op te pikken.

            Elke beroepsgroep had zijn eigen liedjes. Instrumenten hingen in de wachtruimte van de barbiershop om wachtenden aan te sporen zich te verstrooien met muziek. De opkomst van liedventers betekende de afgang voor minstrelen, die nu voor rovers en vagebonden werden aangezien. Sommige minstrelen gingen zelf liederen verkopen.

            Liedverkopen was lucratief, ze konden wel 20 shilling verdienen, een klein fortuin wanneer je bedenkt dat in de 17e eeuw een kwart vijfhonderdste vlees een halve penny kostte.

            'Mercuren' verkochten midden 17e eeuw pamfletten met huishoudelijk nieuws. Het mengsel van hun nieuwspropaganda, satire en veroordeling, was verbijsterend voor de werkende klasse. Snel kwam er een overstroming van nieuws op de markt terecht. Straatliteratuur gaf de werkende klasse grip op de tijdgeest.

            In 1665 werd The Oxford Gazette, The London Gazette, de eerste echte krant (gelicentieerd door staatssecretarie). Kranten werden een medium voor patriciŽrs en handelaren en niet voor de werkende klassen. De oude traditionele balladen werden nog steeds gedrukt. In 1666 werden ook de Londense boekverkopers geteisterd door de Londense Brand. De indrustie van de plattelandverkopers groeide na de brand.

            Shakespeare heeft ook een marskramerspersonage; Autolycus in The Winter's Tale. Plattelandsvrouwen zongen ook veel liederen (marskramerversje).

            Vaak waren de marskramers dieven, en er zijn bewijzen dat ze dronken en liederlijk waren, en jonge vrouwen verleidden. Maar op het platteland waren zij de enige verbinding met de buitenwereld, als nieuwsbrenger, brenger van benodigde snuisterijen en nieuwigheden. De marskramerstraditie was zeer conservatief omdat het vak 300 jaar lang nooit is veranderd.

            17e-eeuwse chapbooks bleven lang populair, mede omdat er tot en met de 18e eeuw geen goede copyrightregeling was. Op het platteland kostten de boeken een weekloon. Maar gewone mensen hadden niet zoveel tijd om te lezen en ze vonden de meerderheid van de boeken moeilijk te begrijpen (lijst van bestsellers uit een Dicey Cataloque).

            Behalve de populaire volksboeken met verhalen die jarenlang populair bleven, werden er ook nieuwe volksboeken geschreven door plaatselijke auteurs, of zelfs door de venters zŤlf.

            - Dough Graham, een bekend volksboekenauteur, John Cheap the Chapman is misschien wel autobiografisch.

            De weg die de marskramer soms had te gaan was een zware, vooral in de Schotse wildernis. Het duurde 18 dagen om van Londen naar Schotland te komen, te voet. Marskramers werden ook wel geplaagd door rovers.

            -versje van marskramer David Love 1824-

            -'Hawkie"         -Wiliam Cameron, iets over 'Hawkie' 19e eeuw

            -Zazimus ong. 1800, was blind

            -Wiliam Tinsley 1905.

            De liedbladen die gedrukt werden bij seven dials press waren meestal 4o, 7" x 10" met twee liederen in aan elkaar grenzende columns. Veel liedbladen waren grote brede bladen. De ouderwetse liederen, die door John Pitt zijn gedrukt, zijn gedrukt op blauw of groen getint papier.

            De staande venter trok aandacht met behulp van zijn smartlap die aan een paal was opgehangen (p. 100). Het schilderen van dergelijke borden was een speciaal ambacht. Venters zongen of reciteerden het verhaal. Er waren ook lopende venters die meestal nieuwe/actuele liederen zongen.

            Chambers' journal 28-6-1856 verslaat over 'pinners', kramers die op een dode muur al hun boekjes vastmaakten en het publiek dan lieten uitzoeken. Marskramersliteratuur gaat langzaam weg. Goedkoop gedrukte literatuur blijft.

            5 'The influence of streetliterature'.

            - volksboekjes belangrijk medium waarmee 't volk leerde lezen.

            - Lezend volk was klaar voor verkiezingscampagne en reclame via tekst. Typografie ontwikkelt zich n.a.v. groter lezend publiek en geÔndustrialiseerder boekdrukkunst.

(Bron: Buijnsters.)

? eeuw; Engeland; marskramer; liedjeszanger

 

Smaling 1978

Smaling, Rob. Nederlandse volksliederen, oud en nieuw. Tekst en muziek. Utrecht 1978.

*          Hierin een aantal liedjes die als straatlied gebracht werden door de zingende verkoper van 'vliegende blaadjes', o.a. 'Het oude jaer is pas ten end'; 'Hoort vrienden, hoort een lied', en twee liederen, de zg. stapelliederen, waarbij voorwerpen uit het lied werden aangewezen op een beschilderd doek. Vb. 'Is dit geen snitselbaank?' 'Jan de Mulder'.

? eeuw; Nederland; liedjeszanger

 

Snoep 1975

Snoep-Reitsma, A.E. Verschuivende betekenissen. Utrecht 1975.

*          Geen plaatjes van marskramers.

   

Spiegel van de tijd 1994

Spiegel van de tijd. 225 jaar verzamelen door het Koninklijk Zeeuwsch Genootschap der Wetenschappen. Catalogus van de Jubileumtentoonstelling in het Zeeuws Museum 28 mei t/m 14 augustus 1994. Middelburg 1994.

*           Op p. 12, nr. 38 wordt een beeldje van Willem van Oranje beschreven 'in boerenkleren vermomd'. De afb. op p. 17 toont iemand met een enorme mars op zijn rug.

Spruit 1986

Spruit, Ruud. De dood onder ogen. Houten 1986.

*          Geen plaatjes van marskramers.

 

Spufford 1981

Spufford, Margaret. Small books and pleasant histories. Popular fiction and its readership in seventeenth-century England. Londen 1981.

(Bron: Buijnsters.)

 

Spufford 1984

Spufford, M. The great reclothing of rural England: petty chapman and their wares in the seventeenth century. London 1984.

*          III  Direct and indirect evidence for readership

            Lezen was een meer gemeenschappelijke vaardigheid dan schrijven. In 1697-98 moesten marskramers belasting gaan betalen, 2550 van hen zijn via deze regeling geregistreerd, men moet hierbij dus rekening houden met belastingontduikers, zodat met deze belastingheffing geen volledig register van marskramers is overgeleverd. Er was in die tijd een goed ontwikkeld distributienetwerk.

            Van de hereboeren in Oost Engeland kon 65% lezen. Maar degenen die er dagboeken en journalen op na hielden waren te goed opgeleid om tot de doelgroep van de marskramers te behoren.

            Robertson 'rural collections' interieurbeschrijving van boer/pachter uit 1765, waaronder zijn boekenbezit: Sir David Lindsay; Knox; Rutherford; Bunyan; Boston; Wodrow, dit werd onderling gerouleerd omdat dit een nogal omvangrijk en duur werk was (p. 47).

            Marskramerboeken waren zo geprijsd dat een landarbeider ze kon betalen wanneer hij dat wenste. Ze staan niet in bibliografieŽn omdat men het niet waard vond deze boekjes te ordenen en te registreren.

            Omdat er niet zoveel directe aanwijzingen zijn dat marskramerboekjes werden gelezen, moeten we via indirecte wegen naar aanwijzingen voor het lezen van marskramerboekjes zoeken. De twee belangrijkste groepen van marskramerboekjes hadden een verschillend publiek. Deze groepen waren: A. De kluchten en ontuchtige verhalen; B. de ridderverhalen die zijn ingekort; deze waren een ietsje duurder dan A. B was voor de wat hogere klassen.

            Kleine boekjes werden gelezen door een grote groepering van stedelijke en plattelandsklassen. Sommige boekjes waren speciaal voor een bepaalde klasse bestemd, anderen waren bestemd voor lagere klassen. - Beschrijving van boekje uit Pepy's collectie, collectie georiŽnteerd op de onderwereld -. Andere volksboekjes waren geschreven voor specifieke beroepsgroepen. Er waren ook speciale volksboeken voor gezellen. Spot in de volksboeken was als volgt verwerkt; - de ene regio tegen de andere regio, - stad tegen het platteland, - Welsher en Irish moppen.

            In Pepys verzameling zitten geen praktische handleidingen voor tuinieren, huishouden of ruiterschap. Er waren wel wat kookboeken in zijn verzameling. Er is ook een handleiding bij waarmee je de goede partner kunt vinden en houden. - p. 63, 64, beschrijving van seksualiteit in volksboeken, twee aannames; 1. maagden zijn verlegen; 2. alleen de man heeft tijdens de gemeenschap plezier.

            Taveernes werden wel geparodieerd in volksboeken omdat zij belangrijke plaatsen waren voor het uitwisselen van informatie en voor het rondvertellen van roddels. De waard neemt een centrale rol in dat proces. Het is ook goed mogelijk geweest dat taveernes plaatsen waren waar volksboeken en kranten werden verspreid en hardop werden voorgelezen. Pepys heeft drie brievenverzamelingen, twee van hen waren duidelijk om te amuseren, de derde was specifiek om te onderwijzen. Deze brievenboeken kon men voor de lol lezen, maar men kon er meteen uit leren hoe men een brief moest opstellen.

            Schooljongens vormden de brug tussen de geschoolde rijken en de ongeschoolde armen. Voor hen werden speciale boekjes geschreven die o.a. gevuld waren met goocheltrucks. Uit het dagboek van Francis Kirkman (1673) weten we wat hij las tijdens zijn schooljeugd. Hij had een uitwisselingssysteem van six≠penny quarto's met zijn schoolvrienden.

            IV. 'The fortunes and the volume of stock of the chapbook publishers'.

            IV.I. 'The wealth of the chapbook publishers'.

            Via drukkersomzetten en fondsen, oplagen, kunnen we harde cijfers verwerven omtrent volksboeken. Hoe lucratief of hoe marginaal konden de speciale volksboekdrukkers en uitgevers zich voorzien in hun levensonderhoud? Tot het vervallen van de drukkerswet in 1695 waren er in Londen twee groepen volksboekdrukkers actief, zij zijn genoemd de Ballad Partners:  

groep 1

groep 2

Wright Brooksby
Clarke Deacon
Passinger, apprentice of Tias Blare (via weeshuisinventaris)
Tias, eerste man van Sarah Bock
Thackerey, tweede man Conyers
Denisson

            Tias zat er warmpjes bij! (Tabel, p. 86).

            IV.II. 'The stock of two chapbooks and ballad publishers'.

            Lijkt interessant maar aangezien wij met de Nederlandse situatie bezig zijn, en Engelse titels me niets zeggen, laat ik deze paragraaf voor wat het is.

            V. 'The distributors: pedlars, hawkers and petty chapmen'.

            Eťn vitale schakel tussen de drukkers en uitgevers van volksboeken en hun publiek is nog niet besproken: deze schakel bestaat uit een groep marskramers en venters die hun tentakels uitspreidden over het platteland.

            De uitgevers van volksboeken bevonden zich in de minder fatsoenlijke wijken van Londen omdat hun distributeuren, de marskramers, ook niet fatsoenlijk waren. Sommige uitgevers drukken op het achterblad van hun boekjes speciaal voor marskramers een advertentie af, waarin ze andere fondsexemplaren aanbieden.

            Een quarto van Deacon uit 1686 eindigde als volgt: 'Corteous readers, thes books are printed for, and sold by, J Deacon, at the sign of the Angel in Guiltspur Street; where any Chapman may be Furnished with all sorts of small books and ballads'.

            Bijna alle volksboekenuitgevers zaten in twee buurten. De auteur van Trade of England Revived (1681) zegt dat snelle toename van het aantal marskramers, een snelle groei van ongespecialiseerde boekhandels teweegbracht. In 1685 City and Country Chapmans Almanac: in deze almanak staan lijsten van markten in Engeland en Wales, en op welke dagen de markt wordt gehouden, en daaraan toegevoegd de etappeplaatsen met onderlinge afstanden. Hiervoor waren al veel routeboeken verschenen voor edellieden en rondreizen waarbij markten waren aangegeven, maar nog nooit zoiets als deze almanak. Tot de 18e eeuw bleef men dergelijke gidsen raadplegen.

            Venters en marskramers zijn niet onderdrukt zoals Trade of England Revived suggereert. De groep van ong. 10.000 marskramers onderdrukken, zou gevaarlijk zijn voor de regering omdat 9 van de 10 wellustig, stevig/sterk, en jonge jongens waren. Het economische tegenargument was dat handelen met marskramers inmiddels een normale manier van handeldrijven was geworden. Bovendien waren veel leveranciers volledig afhankelijk van afname door marskramers. Het alternatief tegen de (wild)groei van marskramers was de registratiewet van 1696-7. Voor 4 pond per kramer, kreeg de kramer een bewijs. Iedere handelaar die buiten een markt verkocht, moest zo'n bewijs hebben op straffe van 12 pond boete. 2500 marskramers werden via deze regeling geregistreerd. In 1571 is er al sprake van marskramers in liederen. -116,117 beschrijving inhoud van mars - illustratie marskramer, p. 117.

            Een vijfde deel van de marskramers werd in Londen geregistreerd. De helft van de marskramers had een plaatsje op een markt in marktplaatsen. - 121/123 beschrijvingen van marskramers -

            Sommige marskramers waren gespecialiseerd in boeken en balladen. Een bepaalde marskramer verkocht boeken en speelde harp als extra activiteit. Winkeliers verkochten hun boeken ook wel zelf op straat. Thomas Greenwood of Burton in Kendal noemde zichzelf een smid, maar hij had er ook een winkel bij waarin hij o.a. boeken en almanakken verkocht.

(Bron: BIMEG, nr. 9839.)

17e eeuw; Engeland; marskramer (afb. 1.14; 1.15; 4.23); sociale positie; overheidsmaatregelen

 

Stalpaert 1959

Stalpaert, H. 'Komt, vrienden, luistert naar mijn lied.' In: Neerlands Volksleven 10 (1959-60), p. 138-140.

*          Straatliederen.

            De liedjeszanger stond op een verhoging of bankje, de rug is afgeschermd met een groot plakkaat of schilderij waarop enkele fragmenten zijn afgebeeld uit zijn spannendste lied. De liedjeszanger wijst met z'n stok naar de schilderij-episode die aan de beurt is, terwijl een van zijn assistenten het lied ensceneert, de geschiedenis vertellend, om daarna het lied met rauwe stem voor te zingen op een meestal bekende wijze.

            Het publiek zingt mee en laat zich verleiden om een vliegend blad te kopen waarop de tekst staat gedrukt. De liedjeszanger verdient zijn brood met de verkoop van het drukwerk, dat hem reeds geld heeft gekost.

            Gevaren waaraan de liedjeszanger blootstond:

            1. Zijn hekelliederen, die hij daarom niet zelf had opgesteld, konden de stedelijke overheid ontstemmen en een zangverbod uitlokken.

            2. Stadsdrukkers konden proberen ze te laten vervolgen wegens oneerlijke concurrentie.

            3. Als het slecht weer was kon hij niet in de open lucht optreden.

            4. De kooplust was niet altijd even goed.

            Over de welvarende liedjeszanger kan je dan ook niet spreken. Maakte hij wel veel winst dan dreigde er volgens Stalpaert nieuw gevaar: veel liedjeszanger konden geen nee zeggen tegen alcohol.

(Bron: Peeters Volkskunde, register B)

? eeuw; Vlaanderen; liedjeszanger

 

Stalpaert 1961

Stalpaert, H. 'Repertorium van volksliederen op vliegende bladen.' In: Volkskunde 2 1961 p. 42-92.

*          Geen marskramers

(Bron: Nijfhoff's index)

 

Steinhaufen 1899

Steinhaufen, Georg. Der kaufmann in der deutschen Vergangenheit. Leipzig 1899.

*          Een plaatje uit ca. 1620 met een marskramer met een houten poot, een drakenpoot, een staart en horens op zijn kop. Op zijn rug heeft hij een mars vol losse bladeren en in zijn hand houdt hij ook een blad vast waarop te lezen is: " kipperer und wipperer". Uit de omringende tekst blijkt dat de kramer in de 17de eeuw een concurrent voor de grote handelaren was omdat hij goedkoper vervalste waren verkocht (6.1).

afbeelding 6.1

 

Steinitz 1971

Steinitz, Wolfgang. Le cris de Paris. Salzburg 1971.

*          Dit boek staat vol met marskramers die allerlei soorten dingen verkopen. Er is echter geen marskramer bij die boeken verkoopt. Daarom beschrijf ik de platen verder niet. De platen zijn gemaakt tussen 1582 en 1789 (4.6; 4.7; 4.8).

afbeelding 4.6; 4.7; 4.8

 

van Straten 1977

Straten, Evert van. Koud tot op het bot. Den Haag 1977.

*          Blz. 131: Een schilderij genaamd "De winter" van David Teniers de Jonge (1610-1690). Op de voorgrond is een koningsbrievenventer te zien (7.4).

afbeelding 7.4

 

Stridbeck 1977

Stridbeck, Carl Gustaf. Bruegelstudien. Soest 1977.

*          Geen plaatjes van marskramers.

 

van Sytzama 1715

Sytzama, P.W. van. Vermaeckelijcke tytkorter. (manuscript 1715)

*          Van Sytzama geeft in zijn ms. de inhoud van een mars: 'Almanakken, swavelstokken, kristallen brillen, kussentjes die na muscus saet ruiken, knevelborstels, tandpoeder, flesjes eau de la Reine, doosjes snuiftabak, postpapier en lak, engelse knijfjes, akers in een jongmans bef, potlode stokjes, memorieboekjes, fray ivoiren tanden voor een tandeloose Maegd, sakjes met parfum, mousjes doosjes, flesjes jasmijnolie.'

(Bron: Brongers, Pijpen, p. 42.)

18e eeuw; Friesland; marskramer; inhoud mars