Slavische talen en culturen Tsjechisch
» Taalverwerving
» Cultuur
» Leerboeken
» Grammatica
» Interactieve oefeningen
» Uitspraak
» Algemene informatie
Navigatie
» Home Tsjechisch
» Links
» UvA
|
Homepage > Huidige pagina
Grammatica
Op deze pagina vind je een overzicht van de grammatica van het Tsjechisch. Deze pagina biedt eerstejaars studenten grammaticale ondersteuning bij het maken van oefeningen met het programma Hot Potatoes. Deze grammatica is ook in een later stadium van de studie goed zelfstandig te gebruiken. Uitgebreidere grammatica wordt in de cursus aangeboden.
Wil je meer weten over het studeren van de Tsjechische Taal, bezoek dan de website van Slavische Talen of de website van de opleiding Tsjechische Taal en Cultuur aan de Universiteit van Amsterdam, of neem contact op met
mw. drs. M. van Duijkeren-Hrabová.
Zelfstandige naamwoorden
Mannelijk levend (pán, muž)
Mannelijk niet-levend (hrad, slovník, pokoj)
Vrouwelijk (žena, tabule, skříň, věc)
Onzijdig (město, moře, nádraží)
Afwijkende vormen: mannelijke woorden op -a (předseda)
Afwijkende vormen: mannelijke woorden op -e (soudce)
Afwijkende vormen: onzijdige woorden (kuře, dítě)
Afwijkende vormen: leenwoorden uit het Grieks of Latijn (muzeum, drama)
Dualis vormen (nohy, ruce, oči, uši)
Bezittelijke vormen van het zelfstandig naamwoord (Karlův syn)
Verbale substantiva (cestování)

Bijvoeglijke naamwoorden/bijwoorden
Harde adjectiva (dobrý, dobrá, dobré)
Zachte adjectiva (cizí)
Verbale adjectiva (kupující)
Všechen
Telwoorden
Voornaamwoorden
Persoonlijke voornaamwoorden (já, mě, mi)
Aanwijzende en vragende voornaamwoorden (ten, ta, to, kdo?, co?)
Bezittelijke voornaamwoorden (můj, náš, její) en svůj
Het wederkerend bezittelijk voornaamwoord svůj
Betrekkelijke voornaamwoorden (který, jenž)

Aanvullende opmerkingen over naamwoorden per naamval
1e naamval meervoud
2e naamval enkelvoud
2e naamval meervoud
3e naamval enkelvoud
3e naamval meervoud
4e naamval enkelvoud
4e naamval meervoud
5e naamval enkelvoud
6e naamval enkelvoud
6e naamval meervoud
7e naamval enkelvoud
7e naamval meervoud

Voorzetsels
Voorzetsels met de 2e naamval (genitief)
Voorzetsels met de 3e naamval (datief)
Voorzetsels met de 4e naamval (accusatief)
Voorzetsels met de 6e naamval (locatief)
Voorzetsels met de 7e naamval (instrumentalis)
Voorzetsels met de 4e of 7e naamval
Opmerking over het gebruik van de voorzetsels do, na, v
Werkwoorden
Tegenwoordige tijd: -ovat, -at, -it stammen
De vijf stammen van de infinitief: -ovat, -at, -it, -et, -out
Verleden tijd
Toekomende tijd met budu
Gebiedende wijs
Conditionalis
Onregelmatige werkwoorden
Werkwoorden van beweging

Vorig scherm |