IDEE 8 IDEE 10



Idee 9.



  Ik zeide in 5, dat de optelling van veel middelmatigheden altyd gelyk blyft aan één middelmatigheid. Waarschynlyk had ik moeten zeggen: het gemiddelde ener verzameling van middelmatigheden staat beneden de middelmatigheid.

  Neem een schaal van 1° tot 100°. De middelmatigheid dobbert tussen 33° en 67°. Het merendeel der mensen staat zó naby graad 33  -- dat is: zo naby de grens, waaróver onbruikbaarheid begint, of erger --  dat de weinigen die zich bewegen naby 67°  -- in de buurt van uitstekend --  niet in staat zyn het gemiddelde van 't geheel op te voeren tot 51°.

  In cyfers is de zaak aldus:

 

99 x 33 (of 34...40) + 1 (of 2...5) x 63 (of 64...67)  < 51

100

  Daarom zou ik stemmen tegen parlementaire regeringsvormen, als ik iets beters vinden kon.



 

NOOT

  De cyfers zyn te gunstig gesteld. Niet alleen bereikt de waarde ener Vergadering het middelmatige niet, doch gewoonlyk daalt ze onder het nulpunt. De fout der cyfer-vergelyking ligt hierin, dat ik my gemakshalve slechts van positieve grootheden bediende. Wie 't gehalte van "geachte leden" onderzoekt, zal inzien dat men veelal te doen heeft met negatieve waarden, met niet-profeten, 'tgeen trouwens reeds blykt uit de onterende "vaderlandse geachtheid". Doch al ware dit anders, krachten die tegen elkaar inwerken, gaan te-loor. Zie daarover: Duizend-en-enige Hoofdstukken over SPECIALITEITEN.

(1872)