IDEE 44 IDEE 46



Idee 45.



   We hebben n's teveel als slotletter. En dat moet minder worden, juist omdat er nog een bykomt, de ephelkustische, die we niet kunnen missen. Maar hondjeN met houteN staartjeN hoeft niet.
   Ja, al hadden wy gebrek aan slot-n's, dan nog is dat houtig ennerig staartjeN van de diminutiva niet te verkiezen. En al was 't mooi, het kwispelt niet, omdat het nu eenmaal niet leeft, dat styve staartjeN.

   Zeg eens: "kom hier, meisjeN!" Ik ben zeker dat ze wegloopt, en ze heeft gelyk.

  Wat niet leeft, deugt niet.
  Roep eens: "geloof me, o mens...CH!" Zo'n mens zal wat geloven, ja, maar hy zal niet u geloven. Hy zal geloven dat ge een vervelend mens C H zyt.



 
 
 

VOETNOOT

...de ephelkustische, die we niet kunnen missen.
   Waar 't volgend woord met 'n vokaal begint, en van 't voorgaand diminutief niet gescheiden is door 'n leesteken, kan die n geen kwaad. Misschien is 't goed hem dáárom aan te houden, en niet om het Duitse chen natepraten, waarmee we niets te maken hebben. 

(1872)