IDEE 118 IDEE 120

Idee 119.


   In myn Vrye Arbeid zeg ik dat de Kamers het volk niet vertegenwoordigen, en ik zie dat myn Uitgever het bewys daarvan toezegt op de omslag van de eerste aflevering der IDEEËN. Ik zal dat woord inlossen, maar kan dit niet terstond doen, omdat ik whisten ga vanavond. Tot morgen dus.

   Ik ben niet gestemd tot schryven. Verbeeld u dat ik redelyk goed whist, dat ik over 't geheel goede kaarten heb gehad, dat ik met m'n aide meer trekken gemaakt heb dan myn tegenparty... en toch wist men my te beduiden dat ik verloren had en betalen moest.
   Die rekening kan niet goed wezen.

   Ik betaalde, maar met weerzin. Wrevelig stond ik op, en daar de avend nog niet om was, speelde ik biljart. Ik stootte doorgaans gelukkig, maakte karambole op karambole, telde meer punten dan m'n tegenparty... toch zeiden de omstanders dat ik verloren had en betalen moest.
   Die rekening kan niet goed wezen.

   Daarover nu ben ik zo ontstemd, dat ik me maar kort  -- en niet goed misschien --  zal afhelpen van het bewys dat de Tweede Kamer het Volk niet vertegenwoordigt.
   Het ideaal ener regeringsvorm is: absentie van regering. Wat maakt het naderen tot dat ideaal mogelyk? Vermindering der behoefte van 'n Volk om geregeerd te worden, dat is: ontwikkeling, beschaving, verlichting, enz. Als ieder wist wat hy doen moet, en daarnaar handelde, ware alle regering overbodig. Ik spreek niet van bestuur. In 'n fatsoenlyk gezelschap heeft men geen koning, keizer of burgemeester nodig, om te beletten dat de gasten hun benen op tafel leggen, of zitten gaan op 't hondje van mevrouw. Wie, par inadvertance gaat zitten op dat hondje, of z'n benen uitstrekt tussen de schotels, wordt gewaarschuwd door eigen besef zyner onbehoorlykheid, door 't janken van 't hondje, of  -- en dan is 't al heel erg --  door de wenk van een der medegasten. Van boete, van straf, is geen spraak. De natuurlyke straf ligt in de boezem van de misdadiger zelf. In de zogenaamde zedekunde noemt men die straf de stem van 't geweten, en in gezelschap heet ze konfuzie. 't Komt overeen uit. Die beide dingen komen neer op 'n onaangenaam gevoel van degradatie, waarvan men verlost wil wezen, en  -- maar dit is zeer parentheziaal --  't is de vraag of er konfuzie is en gewetingswroeging in 't gemoed der bewoners van een, overigens onbewoond eiland? Op de vraag wat is zedelykheid op zo'n eiland? hoop ik later terug te komen. 't Is een gewichtig onderwerp.

   Absentie van behoefte aan regering is een onbereikbaar ideaal. Natuurlyk, anders was 't geen ideaal. Evenals in veel dingen, is hier de eis: voortdurend streven, en 't rezultaat: benadering.
   De regeringsvorm die dit streven 't meest in de weg staat, is de slechtste.
   De regeringsvorm die dit streven toelaat, bevordert, zoveel mogelyk vruchtbaar maakt, is de beste.

   Dit alles is duidelyk, naar 'k meen. Toen ik dit IDEE begon, was m'n voornemen een lang stuk te schryven, maar een briefje dat ik zo-even ontving, en dat me verdrietig maakte, noopt my tot kortheid. In de hoop daarop later terug te komen, sla ik nu de oorzaken over, waardoor alle eerste regeringsvormen waarschynlyk zyn geweest: patriarchaal. Daarna werden ze monarchaal. Vervolgens republikeins. Die republieken zyn van velerlei soort: demokratisch, aristokratisch, polykratisch, ochlokratisch, oligokratisch, alle meer of min autokratisch, despotisch en tirannisch.

   Uit het botsen der belangen en denkbeelden is voortgekomen...