IDEE 163 IDEE 165

Idee 164


   Ik noem die noodzakelykheid eeuwig. Zeker. Zy die geloven aan 'n 'Schepping' moeten erkennen dat er ook vóór of buiten die veronderstelde schepping, óf niets was... óf dat er was wat er naar de gegevens wezen moest. Dit is uitgedrukt in Jehovah's naam: 'die is, was, en wezen zal'. Eén plus één is twee. Eén plus één was altyd twee. Eén plus één zal altyd twee zyn. Er was geen God nodig  -- in de gewone grove opvatting --  om dit vasttestellen. Integendeel, 'n God zoals 't volk die denkt, zou niet hebben kúnnen bepalen dat iets anders wezen dan 't is. En de bepaling dat iets zyn zal wat reeds is, zou onnodig wezen en doen denken aan de waan van 'n kind dat, de zon ziende schynen, de zon gelast te schynen om daarna te vertellen dat ze scheen op zyn bevel.


 

VOETNOOT

die is, was, en wezen zal
Zeer eenvoudig alzo de konjugatie van 't werkwoord Zyn.

(1872)


Zie de uitbreiding van deze opvatting in de nu volgende nummers, in 't slot van 528, in 529, 530, 531, en in de daarover handelende stukken in de Derde Bundel.

(1872, in 1879 weer geschrapt)