IDEE 178 IDEE 180

Idee 179


   "Als 't waar is dat die goddienery nadelig werkt..." Vraagt ge dat nog? Zie de Elberfeldse wezen...
   'Ja,' zegt men, 'maar dat is sporadisch. 't Komt niet dikwyls voor. Hy, zy, en ik hebben nooit gestuipt op de keldertrap. We geloven... nu ja, maar we laten ons niet dol maken.We doen behoorlyk onze zaken. We geloven... zó, zó... met gepaste matigheid.'
   Die wezen staan me nader dan gy!

   Wie nonsens gelooft, en door krankzinnigheid bewys geeft voor de oprechtheid van z'n geloof, heeft recht op medelyden en... genezing, als er genezing mogelyk is.
   Maar gy die gelooft... ja, maar niet meer dan juist nodig is in 't belang van uw "zaken"... gy die zondags 'n hemelvaart belofzingt, maar 'n knecht zoudt wegjagen als hy in de week u kwam vertellen dat uw grootboek was opgevlogen... gy die uw krankzinnigheid weet afteknippen op de maat die ge groot genoeg vindt voor de Hemel, en niet te groot toch voor de aarde... gy die zo verstandig zyt als de verstandigste waar 't uw dadelyk belang geldt, maar meent de Here te dienen door dat verstand te leggen aan 'n halsbandje van spinneweb of yzer, naar 't u voegt, zodra er spraak is van -- verondersteld -- edeler belang... gy die preekt, bidt en oefent, maar onder 't bidden en oefenen, gedurig 'n oog in 't zeil houdt van 't aardse scheepje... gy die 't beste deel van uw ziel bewaart voor beurs, school, sociëteit of kabinet, en zondags lappendag houdt om uw "Heer" te onthalen op wat afval... gy...
   Wat moet ik u zeggen? Dit: ga naar de Elberfeldse wezen, kryg stuipen en wordt oprecht.