IDEE 186 IDEE 188

Idee 187


   Het christendom bestaat voor 'n groot deel uit neefjes die spelfouten maken. Maar dat zyn niet de ergste vyanden van Jezus. De ergsten zyn de mannen die geven en nemen, van "hier wat af en daar wat by" al naar 't in hun kraam te-pas komt.
   Onlangs zag ik joodse weeskinderen wandelen met 'n suppoost. Deze liep rechtop, zuchtte niet, en ook de kinderen schenen vry-wel en in 't minst niet "aangegrepen." Alleen hadden ze lange jassen aan en grote hoeden op, zodat ze er uitzagen als ouwe heren door 'n omgekeerde toneelkyker gezien. Een christelyke straatjongen schold de jodenweesjes uit: 'Heerejesis, wat 'n hoedjevol! Zeg, jy, is dat 'n jurk van je grootvader?'
   Dit sneed me door de ziel. Zonder te denken aan welke tekst ook, sprak ik de suppoost aan. Ik had enige moeite hem de doen voelen dat ik geen kwaad in de zin had.  Na enig terrein-peilen kwam ik voor den dag met de vraag of ik de arme kinderen enig genoegen mocht verschaffen?
   't Was me namelyk alsof ik my aansprakelyk rekende voor de onbeschoftheid van de straatjongen, die blond was als ik, Germaan als ik, gedoopt als ik. Ik voelde solidariteit.

   De suppoost antwoordde beleefd, vond m'n aanbod vriendelyk, maar... weigerde geld aantenemen, want het was Sabbath.
   'Niet waar, kinderen?' vroeg hy.
   'Ja!' riepen ze allen als uit één mond, 'ja m'nheer, 't is Sabbath!'
   Nu weet ik wel dat er geen mogelykheid was de Sabbath te ontkennen  -- 't wás nu eenmaal zaterdag --  maar de kinderen hadden in hun toon iets kunnen leggen wat denken deed aan aarzeling of spyt. Dit deden ze niet. Er klonk 'n flink martelaarschap uit hun toestemmen, iets als: "Sabbathhouden of sterven!"
   Och, ik had zo te doen met al de kleine Origenessen die zo heldhaftig zich besneden voor 'n stukje koek!

   Zo doet gy, christenen, niet! Ik geloof niet aan uw christendom, ik ontken 't bestaan van uw christendom, zolang ge niet evenals die jodenkindertjes uw wet handhaaft ook tegen zin, lust en belang... zolang ge niet uw nageslacht vermoordt zoals de kerkvader.
   Maar denk nu niet dat ik dit vermoorden en die joodse wettelykheid, op-zichzelf beschouwd, mooi vind.