IDEE 199 IDEE 201

Idee 200


   We hebben zeden uitgevonden, we passen die toe, we beweren die te moeten handhaven... zeden welke in aanhoudende stryd zyn met de hoofdwet der Natuur.

   We menen die Natuur te moeten tegengaan in haar streven. We willen haar dwingen tot stilstand waar ze beweging eist. Tot alleen-zyn, waar ze haakt naar verbinding. Tot scheiding, waar ze aandringt op vereniging. We dringen ons als plicht op, die Natuur te verkrachten.
   Deze verkrachting  -- of de voortdurende vruchteloze poging daartoe --  noemen we Deugd.

   Onze gehele opvoeding van de meisjes is 'n moorddadige opstand tegen 't goede.