IDEE 205 IDEE 207

Idee 206


   Ik zei dat sommige brieven en stukken my belang inboezemden als tekenen des tyds. Enkele daarvan zal ik behandelen in m'n IDEEËN. E.g.:

   Voor enige dagen ontving ik 'n brochure: "Opmerkingen en Gedachten over zaken van algemeen belang, door F.P.J. Mulder en C. de Gavere, studenten". De schryvers boden my dat met 'n vriendelyk woordje op de omslag aan.
   Ik ontvang veel van zulke geschenken  -- eens-voor-al-dank! --  en heb niet altyd loisir of lust de zenders 'n brief te schryven.
   Ditmaal echter had ik reden om uitdrukkelyk te bedanken. Ik was namelyk getroffen door twee byzonderheden. Ten eerste: de schryvers waren studenten, dat is: ze behoren, wat leeftyd en werkkring aangaat, tot het Jonge Nederland, tot de adelborsten op 't schip dat bestemd is bres te schieten in de wallen van 't vermolmd roofslot "aan de oever der zee, tussen Oostvriesland en de Schelde" en ten tweede: die jongelui staken myn vaan uit. Zy zeggen: "onze leus is vryheid en waarheid, liberaliteit, en humaniteit; onze vyanden vinden wy in despotisme en bygeloof, slaperigheid en dwepery".
   Die leus is ook myn leus. Die vyanden zyn ook myn vyanden.
   Maar dit alleen zou niet genoeg zyn. 't Getal bestryders van die vyanden is Legio... binnen'skamers.
   't Getal vaantjes die myn kleur dragen, zou als de pylen van Xerxes' leger de zon verduisteren, wanneer men ze ophief by 't licht van die zon, in-stee van ze saamgerold te bewaren in 'n net foudraaltje, tussen de voering van z'n rokspand, om ze schoorhandend en ter-sluik even te ontrollen in 'n nauw vertrekje, ongezien, met gegrendelde deur, gesloten blinden, by 'n nachtpitje.

   Welnu, die beide jonge-lieden ontrollen die vaan, en op hun krygsroep: à la rescousse! was myn plicht te antwoorden: hier ben ik! En dat heb ik geantwoord.
   Maar zie, 'n paar dagen later ontvang ik 'n brief van twee andere studenten, die my  -- wat vorm en inkleding aangaat, zeer beleefd --  vragen of 't waar is dat ik aan die twee schandvlekken hunner hogeschool 'n brief zou geschreven hebben, waarin onder andere voorkomt het woord: beste kerels?
   'Dat vertelt men hier... wy houden 't voor laster... wy geloven 't niet voor gyzelf dat erkent, zwart op wit.'
   Als ik dus met rode inkt schreef: ja, ik heb 't gezegd! zouden ze 't nog niet geloven.
   'We hebben respekt voor uw kunsttalent...'
   Dat maakt me de indruk alsof men aan Garibaldi 'n kompliment maakte over z'n juiste denkbeelden omtrent de garnizoensdient. Ik heb niets te maken met kunst, kunstigheid, kunstelary, gekunsteldheid, kunstenmaken, en wat dies meer zy.

   'Voor uw kunsttalent, uw waarheidsliefde, uw rechtvaardigheid, zoals we die meenden optemerken in uw werken...'
   Ei, jongelui, hebt ge dat menen optemerken uit m'n werken! Ei, Ei!
   Daar is 'n man die eer, aanzien, toekomst, smyt in 't aangezicht der misdadige regering van 'n verbasterd volk...
   Daar is 'n man die 't leven van zich en de zynen niet acht, waar de prys van dat leven deelgenootschap wezen zou aan de schande van Nederland...
   Daar is 'n man die als Curtius neerspringt in de gapende kloof op 't Forum, doch in de sprong vrouw en kinderen meeneemt, of 't ook soms te weinig ware, 'n Romeins ridder alleen...
   Daar is 'n man die elke dag wordt weggeleid in de woestyn en op de tinne des tempels... die elke dag de koninkryken dezer aarde voor zich ziet uitgespreid als wat lokaas voor z'n afval... 'n man, die elke dag de Satan wegstoot om te doen "het woord dat geschreven staat" in z'n hart...
   Daar is 'n man die de lange weg kiest naar Golgotha... niet om dáár te worden gekruist alleen, maar om te worden gekruist by elke voetstap... weder en weder, en telkens weder, ten-pleiziere van Schmoel en konsorten.
   Daar is 'n man die dat alles deed, doet, draagde en draagt, leed en lydt om zyner zaak's wille...
   Om-den-wille van het recht...

   En dan komen er 'n paar...
   'Uwe werken zyn door de respektabelste jongelui gelezen en herlezen...'
   Dan komen er 'n paar "respektabelste" jongelui die man vertellen dat ze uit z'n werken meenden te hebben opgemerkt dat hy liefde had voor waarheid en rechtvaardigheid!
   Ei, respektabelste jongelui, hebt ge dat inderdaad menen te merken?
   Schaamt u!
   En gy, zogenaamde hoogleraren onzer zogenaamde hogescholen, treedt af, en neemt patent als laagleraren die ge zyt. 't Is uw schuld, uw grootste schuld, jeugdbedervers!
   Hoe, ge leert onze jongelingschap preken en bidden, pleiten en ontleden, taalknoeien en prozodie, wetuitleggen en schriftgeleerdheid...  -- en by dat alles -- neen, dóór dat alles --  vergeet ge hun te leren wat 'n mens is? Uw 'respektabelste' jongelui praten van kunsttalent tegen iemand die nooit dacht aan kunst? Ze zien slechts 'n boek, 'n menigte letters en woorden in zekere volgorde gedrukt op papier, in de protesten tegen Nederlandse schande en Nederlandse misdaad? Ze hebben van u slechts geleerd klanken en frazen te beoordelen  -- en hoe! --  waar daden geschied zyn? Treedt af, zeg ik u, weest eerlyk en doet afstand van de anders zo schone roeping om meetewerken tot de vervulling der Spes Patriae die voor 'n groot deel in uwe handen is... helaas!
   Hoe, ge praat, preekt, katechizeert, leest diktaten voor van 't jaar nul, en by dat alles  -- weer: dóór dat alles --  vergeet ge dat er maar één bron is, één bron van grote gedachten: het hart?
   Schande over u, schriftgeleerden?

   En gy "respektabelste" jongelui, die meende optemerken dat ik liefde had voor waarheid en rechtvaardigheid...
   Onder erkenning uwer verwonderlyke scherpzinnigheid, en om u te overtuigen dat uw mening redelyk is, geef ik u de raad uw alma mater vaarwel te zeggen, en plaats te nemen in de een of andere kruieniery. Misschien ook is er 'n vakature by de drukkery van 't traktaatgenootschap. Daar kunt ge u vergasten op letters, woorden, frazen... zonder eind.
   En in die winkel, of op die drukkery, tussen 't plakken van 'n paar peperhuisjes, of 't zetten van twee vodjes over "Zoendood" en "Genade"... tussen die bezigheid in, als ge wat tyd hebt:
   Schaamt u!



 
 
 

VERKLARINGEN

Xerxes
Xerxes I van Perzië (ca. 519 v. Chr - 465 v. Chr) 
   Koning van Perzië, zoon en opvolger van Darius.

    Om revange te nemen voor de nederlaag die Darius bij Marathon leed tegen de Grieken in 490 v. Chr., bracht Xerxes een massaal leger op de been. De omvang van dit leger wordt door Herodotus louter in superlatieven beschreven. Ondanks een aantal kleine successen, ging de veldtocht tegen de Grieken gepaard met grote tegenslagen. Uiteindelijk leed Xerxes in 480 v. Chr. een vernietigende nederlaag in de zeeslag bij Salamis.
 

(terug)
 
 
 
Curtius
Marcus Curtius. 
Patriciër en held uit de legenden van het Rome in de oudheid. 

   Volgens de legende zou zich in 362 v. Chr. een diepe kloof hebben geopend op het Romeinse Forum, die niet sluiten zou voor het meest kostbare bezit van Rome daarin geworpen zou zijn. Met de stelling dat het meest kostbare bezit van Rome een dappere burger was, sprong Curtius, bewapend en te paard, in de kloof. De kloof sloot zich onmiddellijk, en Curtius zou op deze wijze Rome van de ondergang hebben gered. 
 

(terug)