IDEE 214 IDEE 216

Idee 215


   Wie wat betoogt, en nodig oordeelt z'n betoog voorttezetten tot de laatste syllogisme, wie nodig heeft z'n konkluzie te noemen expressis verbis... zie, ik geloof dat zo iemand niet goed betoogd heeft. (269)
   't Zou me verdrieten, lezer, als ge niet ver genoeg waart gevorderd in Zoölogie  -- en Opvoeding --  om nu nog niet te weten dat 'n troep jongens, losgelaten in 'n dierentuin, zich niet verspreidt, maar dat ze met allergewilligste involging der wetten van assimilatie, affiniteit, kohaesie, attraktie  -- meer of min kapillair --  zich verenigen tot één kompakte massa om de apenwarande.
   Wist ge dat niet, gy onderwyzers, ouders, opvoeders?
   Wist ge dat niet? Ge moest het weten.
   En... méér zoölogie! Ge behoorde ook te weten waarom 'n troep jongens in Artis zich altyd verzamelt by de Apenwarande.
   Daarvoor schonk ik u met genoegen al uw kennis der leer van 't 'mooie handje' kwyt, en van 't 'rechtzitten' en van de 'scherplange' of 'kortstompe' ee's, en van de 'verzoening door 't bloed des kruises'. O, véél wetenswaardigheden van die soort!
   En nóg meer zoölogie! Ook moest ge weten wat er te doen was tegen die apen-attraktie. Welke andere neiging tot vereniging door u moest worden opgewekt, om die neiging te-keer te gaan.
   Dit alles weet ge niet, gy onderwyzers, opvoeders, ouders, gy die u vermeet 'kinderen te houden'. Of... als ge 't weet, noem ik u dubbel misdadig.


 

VOETNOOT

...om die neiging te-keer te gaan
   Beter misschien: "wat er te doen valt om te bewerken dat die apenstudie geen verkeerde invloed heeft."

(1872)