IDEE 217 IDEE 219

Idee 218


   Maar dat ze my zeeziek maakt, blyft de verdrietige waarheid. Uit wanhoop ga ik nu 'n verslag geven van 't bezoek des eersten Fransen keizers te Breda, in mei 1810, zoals dat is opgesteld door 'n bewoner van die stad. Voor de echtheid sta ik borg. Wie lust heeft, kan 't origineel by my komen zien... och neen, dan kryg ik bezoek. Geloof me maar liever. Dat verslag is slecht gesteld, slecht geschreven, byna ondrukbaar. Toch wil ik er geen letter in veranderen. Primo, om die vlag te foppen. Ik gun haar niet eens de voldoening dat ik moeite heb om te zien, zend m'n verslag naar de drukkery, en ga met gesloten ogen zitten denken in 'n hoekje.
   Maak me dát eens moeielyk, o vlag! Secundo, om door de slechte styl van 't relaas duidelyk te doen blyken dat het niet van my is. Ik namelyk schryf heel mooi. (126) Men kan uit dit verslag leren:

Hoe volgzaam protestantse leraren zyn.
Hoe ondeugend de katholieke.
Hoe die volgzaamheid werd geprezen.
Hoe de stoutigheid werd berispt
Hoe welsprekend Napoleon I was...
   Dit zeg ik in volle ernst. Ik ben jaloers op z'n boutades. Z'n speech is inderdaad napoleontisch. Och, als hy eens lezingen had moeten houden... ik kan er van yzen. Ook hy zou gebersten zyn!
   Hoe rekbaar de Schrift is voor wie daarmee weten omtegaan en vooral hoe bruikbaar die tekst over Caesar!
   Zie, Nederlanders, dat alles hebt gy te danken aan uw roemryke vlag... 't oranje van hiernaast schynt door het blauw. M'n duisternis is groen ditmaal...

   Daar, jongen, daar hebje kopie, druk maar op!
   'Geen noten, m'nheer?'
   'Neen.'


 


Historie verhael van het gebeurde ter aandiening welke Z.M. den Keyser en Koning heeft gelieven te verleenen in de plechtsaal van het geregtshof te Breda den 6 van Bloeimaand 1810.
 

De Keyser houdende de Keyserin by de hand, en in gevolgte door H.H. M.M. den Koning en Koningin van Westphalen, door Z.K. en K.H. den Prins EUGENIUS, onder Koning van Italiën, die de Hertogen van MONTEBELLO staaddame geleide trad, in de plegtzaal, alwaar de groote ambtenaren van het ryk tegenwoordig waren. Z.H. den Prins van Nuschtel en Wagran, de maarschalken, Hertog van Bassano, van Istrie, van Rougs, (?) van Tirol, de groot minister van de binnenlandsche zaken, de graaf van (onleesbaar) de Kamer Heer van den dienst, den marrakies van Argensoie profect van de twee (onleesbaar) (Moet zyn: NETHEN), eene dame van het palys, een Kamer dame en Enige andere Heeren van het Keyserlyk Hoff.
   De Hooge vierschaar.
   De Schepen bank.
   De Roomschen geestelykheid (welke niet in plegtgewaad waren).
   De bedienaars der hervormde kerk. Die op ordere van den Gouverneur in Costume waaren.
   De prottestantschen kerken raad alle waren in Enen kring gerangscheerd, buiten de baalie van de plegtzaal waaren Enige andere Colegis en vele andere personen.
   Den Keyserin ging zitten en de Keyser deede op staande voed de ronde. Zyde tegens den president van het hof: gy zyt den president van het hof van appel? Waar op deze antwoorde Ja Siere! Hoe veel zielen rekend gy dat er onder uw juris dictie zyn? 400 1000 Siere. Waar appelleert men van uwe vonnissen? te Amsterdam. Daar na met de vinger wyzende op de onderscheidene Collegien wyzende zyde Z.M. gy zyt de regtbank van de eerste instantie, gy zyt de regtbank van koophandel, gy de geestelykheid; bleef staan voor de vicarius die zyn aanspraak in de hand houdende zyn Compliment uit sprak Cefeleerde.(?)  Den Keyser zonder hem te antwoordde zyde,  waar zyn de protestantschen predikante? toen werd de Heer TEN OEVER leeraar der Waalsche kerk met den taberd gekleed zynde, aan het hooft der gansche protestansche geestelykheid en den kerkenraad, aan den Keyser voorgesteld door Z.H. den Prince van Nuschatel en Wageran, en na die gewoone pligtplegingen deden den Heer TEN OEVER aan zyne Majestyd de navolgende aanspraak:

   SIERE!
   De Geestelykheid en de afgevaardigde der Hervormde en Prottestantsche kerken hebben de Eer Uw K. en K. majestyt hunne Eerbiedige hulde te betuigen. De leerstellingen der protestantsche die door den zaamenloop der gebeurdenissen nieuwe onderdanen van Uw onmetelyk Ryk geworden zyn, kunnen onveranderlyke grondbeginselen zyn van in alles wat er gebeurd, de hand van eenen heiligen, wyzen en goeden voorzienigheid te eerbidigen, geven aan des Keysers dat des Keysers is, en ik rekenen het myn Plicht Heere! uw K. en K. M. te verzekeren, dat wy dat bevel intusschen gehoorzaam aan uw opperheer, wy weten het Siere, dat nooyt, vooral van de herroeping van het edict van Nantus die hervormde zoo veele voorrechten in Frankryk genooten hebben als onder het oppergebied van Uw K. en K. M. deze onvertuiging strekt ons tot waarborg dat wy deelen zullen in de bescherming van den grooten Opperheer die God over ons gesteld heeft, dat hy ons zal bewaren by die voorrechten, die wy tot nog toe genoten (onleesbaar) hebben; en wy hebben de Eer alle onze belangen aan Uw doorluchtig Huwelyk bevestig (onleesbaar) die bevredigens van geheel Europa (onleesbaar) en ons onder uw opperbestuur de wenschelykste uitwerkselen daarvan doen ondervinden.

   Z.M. Zeer aandachtig tot het einde toe deze aanspraak aangehoord hebbende, antwoordde daarop:
   Het is zeer wel, gy hebt gelyk, ik bescherm gelykelyk alle Eerdienste. De protestanten in Frankryk genieten dezelfde voorrechten die de Catolyken genieten, en in dit departement moeten de Catoliken dezelfde voorrechten genieten als de Protestanten. Zoo uwe kerke te groot of te menigvuldig zyn, moet gy die verdelen, omdat ik een volkomen gelykheid wil hebben tusschen alle Eerdiensten, gy moet als Broeders leven.

   Den Keyzer vroeg aan den Heer TEN OEVER: Myn heer, waarom zyt gy aldus gekleed? gy zyt in costuum, waarop deze antwoordde: Siere, het is een bevel -- viel hem in de rede, en zyde de Keyzer; het is wel, het is een gewoonte van het land. Zich alstoen naar de Roomschen Catolyken geestelykheid wendende, vroeg hy: en waarom dan Gy lieden, hebt gy ook uw priesterlyke overrok niet aan? gy zegt priesters te zyn, maar wie zyt gy, Prokureurs, Notaarissen of Boeren? Hoe ik kom in dit departement alwaar de meerderheid uit Catolike bestaat, die door den Koning mynen broeder meerdere voorregten verkregen hebben. En ik koome om uw alle met de anderen gelyk te stellen en ondertusschen begind gy met my niet na behooren te bejegenen, gy durft uw aldus voor myn te verzetten, gy klaagt over de onderdrukkingen die gy onder het oud bewin van dit land geleden hebt, maar gy toont door uw gedrag dat gy zulks wel hebt verdient. Thans komt een Roomsche gezind vorst over uw regeren, en die eersten daad van oppergezag dien ik heb moeten uitoefenen, is geweest om twee van uw pastoors, zelf uwen apostolischen vicarius, te doen arresteren ik heb hem gevangen doen zetten en ik zal ze doen straffen, en het eersten woord dat ik uit den mond van een hervormde predikant hoor is: geeft aan den Keyzer dat des Keyzers is. Zie daar de leer welke gy moet onderwyzen, slegthoofden! Neemt een voorbeeld aan dien Hier (wyzende met den vinger op den Heer TEN OEVER). Hoe! ik hebben altyd in den Protestanten getrouwe onderdaanen gevonde, ik heb er 6000 te Parys, en 800,000 in myn ryk, en er is er geen een, daar ik reede van klaagen over heb! gy hebt de Protestanten belasterd door die aan myn voor te stellen als menschen die grondbeginselen leren, strydig met de regten van den Souvereyn. Ik hebbe geen beter onderdaanen dan de Protestanten, ik bedien myn van dezelven in myn palys te Parys; ik geven er hun de vryen toegang, en hier wil een handvol dweepzieke Brabanders zich tegen myne oogmerken verzetten, slegthoofden daar gy zyt, zoo ik in de leer van BOSSUL ( Bossuet? ) in de grondstellinge van de gallicansche kerk geen grondbeginselen had gevonden die met de mynen overeen stemde, zoo het Concordaat niet aangenomen was, zoude ik protestant zyn geworden, en 30 millioen Franschen zouden des anderen daags myn voorbeeld nagevolgd hebben.
   Maar gy weetnieten als gy zyt, welken Godsdienst onderwyst gy lieden? kent gy de leerstelling van het Evangelie wel die zegt van de geven aan den Keyzer dat des Keyzers is? JEZUS CHRISTUS zelf heeft die niet gezegt: myn Koninkryk is niet van dezen wereld? en de paus, en gylieden zoud uw met de zaaken van myn Ryk willen bemoeyen, onkundigen! gy wild voor uw opperheer den Keyzer niet bidden, wild gy ook ongehoorzaam zyn? ik draag er de papieren bewyzen van in myn zak (ter zelver tyd op de zak slaande) en zoo gy in zulke grondstellingen volhard, zuld gy hier beneden ongelukkig zyn, en in de andere wereld hier namaals verdoemd zijn. Vervolgens zich tot den vicarus wendende, vroeg zijn Majestyd zyt gy den Apostolische vicarus? wie heeft uw dat gemaakt? is het de paus hy heeft er geen recht toe, ik ben het die bisschoppen aansteld.

   Daarna sprak den Keyzer tegen alle Roomschen geestelyken zeggende: gy wilt niet bidden voor den Souveryn, omdat een priester van Roomen myn in de band heeft gedaan. Wie heeft aan een paus het recht gegeven om een Souveryn in de bant te slaan? Waarom hebben LUTHER en CALVIEN, zich van de kerk geschyden? het was de schandraad van uw aflaten die zich hebben doen verzetten tegen de paus! het is nog LUTHER nog CALVIEN, maar de duitsche vorsten zyn het geweest die zich naar uw dweepziek juk ( niet? ) hebben willen onderwerpen.
   De Engelschen hebben groot gelyk gehad zich van uw aftesnyden. Het zyn de pausen die door hunnen wereldlyke kerken regeering, kerken heerschzucht, Europa in vuur en vlam gezet en tot een bloedbad gemaakt hebben! Gy zoudt wel op nieuw schavotten en brandstapels willen oprigten, maar ik zal daar zorg voor weten te draagen, zyt gy van de godsdienstleer van GREGORIUS den 7? Ik niet. Wie is GREGORIUS den 7? gy weet het niet! Zyt gy van de godsdienstleer van BONIFACIUS, van BENEDICTUS XIV, van CLEMENT den XII, of van die van een andere paus? Ik niet. Ik ben van de godsdienstleer van JEZUS CHRISTUS, die gezegd heeft: geeft aan den Keyzer wat des Keyzers is, en volgens datzelfde Evangelie geven ik Gode dat des Godes is. Ik draag het weerelds zwaard (slaande op den degen) ik zal het weeten te behouden, het is God die myn op mynen troon geplaats heeft, en gy aardwormen, zouden gy er uw willen tegen kanten? ik moet aan niemand dan aan God en JEZUS CHRISTUS rekenschap van myn doen en laten geven, en niet aan een paus.
   Geloof gy dat ik een man ben gemaakt om de muilen van een paus te kussen? Zoo het alleen van uw afhing, zoud gy myn de neus afsnyden, gy zoud myn de haren afsnyden, gy zoud myn de kruin scheeren, gy zoud myn in een klooster zetten, zoo als gy LODEWYK de goedaardigen gedaan hebt, of my in Afrika verbannen, Domkoppen, slegthoofden! bewyst my door het Evangelie van JEZUS CHRISTUS, de paus als opvolger van ZINT PIETER, voor zyne stedenhouder heeft aangesteld, en dat hy het recht heeft om den Souveryn in den band te slaan, wwet gy niet dat alle magt van God koomt? zoo gy aanspraak op myne bescherminge wilt maaken, volgt dan de Leer van het Evangelie op die wyze zoo als den Apostelen die gepredikt hebben. Zoo gy goede borgers zyt, zal ik uw beschermen zoo niet, zal ik uw uit myn Ryk jagen, ik zal uw wyd en zyt verstrooijen als de Jooden.

   Gy zyt onder het bischdom van Mechelen gesteld. Bied uw aan uwen bisschop aan, legt er uw geloofsbelydenis of, onderteekend het Canuraal. (? Een weinig verder staat het woord Concordaat zeer duidelijk, maar hier even duidelijk:Conuraal of Canuraal. Wat dat kan beduiden, weet ik niet.) Hy zal uw myne meningen doen kennen, ik zal een anderen bisschop (onleesbaar) Hertoogenbosch stellen.
   Is er hier een Semienarium? vroeg den Keyzer en op het bevestig antwoord, zyde Z.M. aan den perfeekt van de twee Netten:
   Myn Heer, gy zult zorg dragen dat deezen den Eed op het Conkordaat afleggen, gaat dat semienarium bezoeken, en maakt dat men er de zuivere leer des Evangeliums onderwyst, opdat meer ligte (verlichte?) mannen uit voortkomen, dan deze domooren van leeraren, waar men dan eene zoo ongerymde leer onderwyst.
   Myn Heer de perfekt, gy zult de zaaken der kerke op eenen gepaste wyzen voor alle Godsdienste gelykkelyk schikken, zoo dat ik er niet meer van hoor spreeken.

   Daar nam de Keyzer de Keyzerin by de hand, ging met haar na eenige jonge jufvrouwen die buiten de balie van de plydzaal stonde, welke aan M. de Keyzerin een mantje bloemen aanboden en aan K.K. en K.K.M.M. haare complimenten aflyde, by monde van Jufvrouw DE ROOY (de Oudste) waarop de hertogin van Montebello genoemde Jufvrouw een doos leggende aanbood, en daarna begaven H.H.M.M. zich in het rytuig, zynde hetzelven bespannen met 10 paarden. En door een eerwacht wierd gelyd tot aan het einde van de steenweg, buiten de Bospoort reisde Hoogsdeszelfs met haar doorluchtige gevolgt door na 's Hertogenbosch.



 

   Ik vind dit stuk curieus. Te-meer omdat Napoleon III onlangs (1862) op nieuwjaarsdag dezelfde tekst over 't wel vervullen der verplichtingen jegens "Caesar" heel grondig heeft behandeld. Maar de tegenwoordige Keizer der Fransen maakt z'n speeches, en de hier meegedeelde kwam rechtstreeks van 't hart. Zó gevoeld, zó gedacht, zó gesproken, en... servez chaud!



 
 

NOOT

   Er is me later gebleken dat Thiers van die gebeurtenis te Breda melding maakt, en dat het hier meegedeeld hartig woordje van Napoleon herhaaldelyk gepubliceerd is. In de Navorscher van 1854 vindt men op blz. 175 de Franse tekst, met behulp waarvan de belangstellende lezer de gapingen en onnauwkeurigheden van myn Hollands hs. gemakkelijk aanvullen en verbeteren kan. Hetzelfde tydschrift levert almede (deel X, blz. 331) de even karakteristieke uitval waarmee Napoleon, by gelegenheid der audiëntie te Laeken, de Brusselse geestelyken heeft opgefrist.

(1879)