IDEE 236 IDEE 238

Idee 237.


   Nu inderdaad 'n ander hoofdstuk, maar weer weet ik niet het hoeveelste. Ik ben genoodzaakt deze of gene die "romans schryft of zulke dingen" te verzoeken, wat regel, verdeling en styl te brengen in m'n verhaal, dat ik maar eenvoudig weergeef zoals 't me verteld werd door FANCY.

   Na z'n kleine plagery was de vreemdeling naar 't voorschip gegaan. De monnik sliep met z'n getyboek in de hand. Z'n hoofd rustte tegen boord, en de py gaapte op de borst, zodat de yzeren ring zichtbaar was waaraan-i z'n heiligen bewaarde als 'n bos sleutels. Een brede rode streep op de borst gaf getuigenis van veel pynlyke wryving...
   'O God, o God,' riep de vreemdeling, 'moet zoveel geloof, zoveel smart, zoveel vertrouwen ydel wezen? En nog... wie weet het te zeggen, wie! Wie zegt me of myn smart over twyfel en onwetendheid daar-binnen, niet dieper wondt dan uitwendige pyn? Wat slaapt-i kalm, die eenvoudige gelover!'
   En  -- dit scheen weer 'n uitvloeisel van 't "geloof" des vreemden... het weer was guur! --  hy sloot de opening van 't hairen opperkleed, en beproefde iets zachts te schuiven tussen 't scheepsboord en de kruin van de arme monnik die, geschoren, niet eens 't kussen bezat dat de mens is gegeven in z'n haren.

   Maar hoe voorzichtig ook de vreemdeling trachtte wél te doen, de monnik ontwaakte.

   De arme man, die niet wist dat men bidden kon zonder boek! Gelukkige man, die niet wist hoe er zyn die niet kunnen bidden met of zonder boek!    Als de knoflook waarop de monnik zat, veranderd ware in vliegende draken, had de man niet erger kunnen schrikken.    De verbazing van de monnik te schetsen, zou 'n onmogelykheid zyn. De man was ontsteld en had lange tyd nodig om tot bedaren te komen. Van atheïsten had-i gehoord, maar dat iemand niet geloofde in de Sainte-Vierge, dát ging z'n verstand te boven!    De vreemde voelde wroeging dat hy die oude man smart had aangedaan. Maar hy moest toch de waarheid zeggen. Dit schreef weer z'n "geloof" voor, naar 't scheen.