IDEE 237 IDEE 239

Idee 238.


   't Werd al kouder en guurder. De vrouw van de kapitein was vertrokken. De matrozen waren, op 'n enkel man na, te-kooi gegaan. De vreemde was niet tevreden over zichzelf. Had hy niet die oude man in de mening moeten laten dat-i geloofde in z'n Vierge?
   Was er niet wreedheid geweest in die ontydige niet-wetende wysheid? Had hy niet zich 'n kwartiertje kunnen houden alsof hy bad, al had-i dan maar het liedje van Béranger opgezegd in die tyd, het liedje over Dieu des bonnes gens? Ha, al had-i maar geteld van één tot duizend!
   Foei, foei, foei, hy kreeg afkeer van z'n wysheid, en voelde knaging. En als hy daar op het voorschip , waar 't zo sterk naar knoflook luchtte, de donkere gestalte van de biddende monnik zag, voelde hy 'n indruk als de luiaard die 't moet aanzien dat 'n ander zyn werk verricht. 't Scheelde weinig of-i had de man aangestoten, en gezegd: "Il suffit, mon père, arrêtez! Je prierai le reste!"
   Hy was bitter bedroefd, en verweet zich dat-i kwaad had gedaan. By 't naderen van het achterdek werd hy aangesproken door M'sieur Colineau die wat konfuzie over de dartelheid van z'n vrouw trachtte te bedekken met 'n overdreven dankbetuiging voor de kersen. De vreemdeling sprak nu ook het vrouwtje aan, en zonder te doelen op haar plaisanterie over de magere Engelsman, wist hy door z'n toon haar te doen voelen dat-i volstrekt niet boos was.

   't Is waar, ze zag er aardig uit, en dit doet er veel toe in zo'n geval. Ik twyfel aan de inschikkelykheid van de vreemde, als hy was uitgemaakt voor " 'n bezemsteel die kermis houdt" door 'n dragonder-officier. O, 't is niet altijd schade 'n mooi jong vrouwtje te wezen!
   Toen Madame Colineau hersteld was van de schrik over de ontdekking dat de Engelsman Frans verstond, hernam ze terstond haar gewone vrolykheid, en weldra voelde zich de vreemde gemeenzaam genoeg om haar te zeggen:

   In Frankryk verwart men in de dagelykse spreektaal caractère, tempérament, bonne of mauvaise humeur. Over 't geheel spreekt en schryft men in dat land byna zo slordig als ... in sommige andere landen.    De vreemde aarzelde. Zo-even had hy de monnik verdriet gedaan door de betuiging dat-i niet geloofde in de Heilige Maagd, zou hy nu dat lieve vrouwtje bedroeven door de erkenning dat-i had achtgeslagen op de soberheid van haar maal?    En weer lachte ze schaterend. Maar op-eens zeer ernstig:    En met onbeschryfelyke goedhartigheid reikte zy de vreemde de hand.    De vreemde drong zich op, die zonderlinge verklaring niet goed verstaan te hebben, maar meende hiervan geen blyk te mogen geven. Het gesprek nam 'n andere wending.    Ze meende dat die Montechristo 'n persoon was uit de Geschiedenis. De vreemde moest haar die mening ontnemen maar ze gaf 't heel ongaarne op.    Helaas, weer 'n illuzie weg!    En ze haalde een klein flesje te-voorschyn, dat 'n tinktuurtje scheen te bevatten.    De vreemde zei dat-i veel gereis had, en nog nooit enig middel had zien baten tegen zeeziekte. Maar de jonge vrouw liet zich niet ontmoedigen.    Wat 'n gek idee, te menen dat liefde iemand zou voorzeggen wat er te doen is tegen misselykheid! Het doet me denken aan 't kind "dat z'n moeder zó wilde liefhebben dat-i haar 'n ster kon geven." Men moet vrouw, kind of apostel wezen om te geloven dat liefde alle dingen overwint.
   M'n Française ging voort, en zeide tot haar man:    De man gaf daarop de vreemde een uitlegging  -- verbazend geleerd --  van de wyze waarop zyn tinktuur alle mogelyke zeeziekte radikaal onmogelijk maakte. De slingering van 't schip, de zenuwen, de maagspieren, wormvormige beweging, samentrekken, uitzetten, derivatief, reaktie, de ruggegraat, de zenuwvlecht, de kleine hersenen... het was de vreemde te geleerd. Te beleefd om de dokter tegentespreken, zeide hy maar dat-i 't beste hoopte van z'n middel.
 
   Een ogenblik daarna kwam 't gesprek weer op de vrolykheid van 't jonge vrouwtje. 't Was onmogelyk daarop niet te letten, en de vreemde betuigde op-nieuw z'n verwondering daarover.    De man verhaalde daarop z'n vry eenvoudige geschiedenis. In 1848 was hy student in de medicynen te Parys, en had zich by de barrikades geïmprovizeerd tot chirurgyn-majoor. Toen alles weer was teruggekeerd tot de orde  -- zoals dat wordt genoemd door wie de baas blyft --  had-i z'n studiën voleindigd, en vervolgens zich als geneesheer neergezet te Toulouse. Het weinige vermogen dat z'n vrouw hem aanbracht, was in allerlei gekke spekulatiën verloren gegaan. Of 't lag aan hemzelf, aan te weinig bekwaamheid  --  hy erkende gulweg de mogelykheid daarvan...


 

VOETNOOT

...moest haar die mening ontnemen
   Toch heb ik later vernomen dat er inderdaad 'n stukje werkelykheid ten-grondslag ligt aan de bekende roman van Dumas.

(1872)

(terug)