IDEE 239 IDEE 241

Idee 240.


   ... of 't misschien werd veroorzaakt door te grote konkurrentie, zie, dit durfde de eerlyke Colineau niet beslissen. Genoeg, de praktyk bleef uit, en na twee, drie jaar huwelyk hadden ze 't weinige huisraad dat hun overbleef, te-gelde gemaakt om als passagiers van de derde klasse te kunnen vertrekken naar Italië. Daar zou misschien met de beweging die op-hand was, gelegenheid wezen tot plaatsing als officier van gezondheid by 'n regiment van Garibaldi...

   En neerhurkende op het dek naast de kajuitslantaarn waardoor 'n flauw licht scheen, opende zy haar mantilje... zocht iets, naar 't scheen, tussen of onder de keurs van haar kleed, en opstaande:    En ze greep de vreemde by de arm, en trok hem zachtkens voort en neder tot by 't licht dat er scheen uit de kajuit, en toonde hem...
   By m'n ziel, 't was weer 'n sleutelring met heilige poppetjes van tin of van lood!

   De vreemde begon verdrietig te worden. Hy zocht wysheid, en vond niets dan dwaasheid op z'n weg. Hy wilde weten, begrypen, kennen, en overal werd hy geplaagd met domheid! Hy werd knorrig, omdat-i zich teleurgesteld voelde by 't ontdekken van zulke kinderachtigheid in 'n gemoed dat hem uit 'n oogpunt van menskunde de moeite van 't ontleden had waard geschenen. Vry droog uitte hy z'n verstoordheid door, als tot de monnik maar nu iets ruwer, te zeggen dat-i geen geloof sloeg aan gekheden.

   Colineau wilde juist beginnen 'n verklaring te geven van de wonderbare werking der Heilige Maagd -- zenuwvlecht, duizeligheid, zeer kleine hersenen, enz. denk ik --  toen de sombere gestalte van de monnik zich vertoonde in 't halfdonker van het achterdek.
   Hy sprak de vreemde aan:    'Loop naar de duivel,' zei de vreemde, ditmaal in 't Hollands, 'loop naar de duivel met je Sainte-Vierge!'
   En na vluchtig te hebben gegroet, ging hy naar z'n hut om te slapen. Hier aangekomen hoorde hy boven zich, hoe de dame die de ganse middag zo dartel was geweest, tot de monnik zeide: 'Bénissez-moi, mon père! '
   En hoe de monnik aanwoordde:



 
 
 

VOETNOTEN

kajuitslantaarn
   Weer 'n fout! Men leze hier: kajuitskap. 
   Dit is een boven 't dek uitgebouwd getimmerte dat aan de zyden met glas gesloten is, en gedekt wordt door twee kleppen die, geopend, dienen tot luchtverversing in de kajuit en, gesloten, op kleine schepen als tafel of zitbank gebruikt wordt. In zee worden de zyden van deze "kap" met presenning  -- zeildoek dat door zomen en verwen tot 'n bepaald doel bewerkt is --  zeer zorgvuldig gesloten, zowel om 't geheel te beschermen tegen "slagzeeën" als 's nachts te man te-roer en de kommanderende officier op 't achterdek tegen 't vals licht dat anders uit de kajuit schynen zou.
   De etymologie van 't woord presenning kan ik niet opgeven. Ik spel het op de klank af. In 't Woordenlystje van DeVries en Te Winkel (Uitgaaf 1866) zoek ik het tevergeefs. Daarin schitteren trouwens de meeste scheepstermen door afwezigheid. Ter schadeloosstelling vindt men de ware spelling der woorden: aafschelyk, aafschhands, aakster, tien woorden die met behulp van aalbessen gemaakt kunnen worden  -- waarom niet honderd? --  aalkubbe, aalkwabbe... waar zou ik eindigen! En dat moet Nederlandse taal heten!

(1872)

(terug)


 
notre Dame de La Garde
   Notre Dame de La Garde is de zeer speciale beschermvrouwe van die streken, of misschien alleen van Marseille. By deze stad althans ligt op 'n hoogte vanwaar men 'n ruim uitzicht over de zee heeft, een aan Maria onder die benaming gewyde kerk, waarin duizenden ex voto's te pronk hangen, voornamelyk van zeelieden die door haar tussenkomst uit gevaren zyn gered.

(1872)

(terug)