IDEE 242 IDEE 244

Idee 243.


   'Uw vriend is...'
   'Dat wist ik. Hyzelf heeft het me gezegd. Hy zegt my alles.'
 
   'U vriend heeft...'
   'Dat wist ik van hemzelf. Hy zegt my alles.'

   ' Uw vriend deed...'
   'Dat wist ik. Hyzelf heeft my alles gezegd wat hem aangaat.'

   'Dan zal ik iets verzinnen over uw vriend, dat hyzelf u niet zeggen kón omdat hy niet kon weten wat ik over hem verzinnen zou.'