Noten bij de Lijk- en grafdichten

 

Plaatje 157

[1] Verschrijving voor ‘griefen’?

[2] Verschrijving voor ‘ic’.

 

Plaatje 162

[1] hectors: Seep verwijst hier voor het eerst in zijn gedichten naar de mythologie.

[2] hoff: het woongedeelte van Paleis Noordeinde, residentie van Frederik Hendrik en zijn echtgenoot Prinses Amalia, gravin van Solms, werd het Oude Hof genoemd.   www.koninklijkhuis.nl  (© 2001 RVD – Pers en Publiciteit)

[3] Slodt: mogelijk een verwijzing naar paleis Huis ten Bosch, hoewel dit niet echt een slot is. Paleis Huis ten Bosch was de zomerresidentie van Frederik Hendrik en zijn vrouw. Na zijn dood kreeg het paleis, op initiatief van Prinses Amalia, een nieuwe bestemming: het werd een mausoleum ter nagedachtenis aan Frederik Hendrik.

[4] haag: een verwijzing naar Den Haag.

[5] Honselersdijck: Frederik Hendrik liet in 1612 in Honselersdijk, ten noorden van Naaldwijk, een slot bouwen. Zie ook Seeps gedicht bij de Lusthoven.

www.honselersdijk.nu   http://home.kabelfoon.nl/~jdebruin/Introframe.html

[6] Nieuburg: Huis ter Nieuwburg (Rijswijk) was een van de paleizen van Fredrik Hendrik. Zie ook Seeps gedicht bij de Lusthoven

http://www.museumryswyk.nl/nl/collectie.html 

[7] bueren: in Buren (Gelderland) liet Frederik Hendrik een kasteel bouwen. Zie ook Seeps gedicht bij de Lusthoven.

[8] barnt: brandt.

[9] Dit zou betekenen dat Seep deze lijkrede op de sterfdag van Frederik Hendrik gedicht heeft.

[10] Versierde kapitaal. Dit is de enige letter in alle lijk- en grafdichten die Seep zo mooi versierd heeft. Dat Karel koning van Engeland, Schotland en Groot-Britannië genoemd wordt, slaat wellicht op Ierland, Wales, de Kanaaleilanden en (onvervulde) Engelse aanspraken in Frankrijk. 

[11] Karel I werd volgens de in Engeland toen nog gebruikelijke Juliaanse kalender op 9 februari 1649 onthoofd; volgens de Gregoriaanse kalender is dat 30 januari.

[12] bockt: bukt.

[13] elent: ellende.

http://members.home.nl/pushkar/oranje7.html#frederik

http://www.rug.nl/ub/deub/afdelingendiensten/studiezalen/zaalgeschiedenis/collectie/nieuweTijd

 

Plaatje 163

[1] Verschrijving voor 'stuijt' of ‘stijgt’?

[2] Dit zou betekenen dat de ‘Lijck-klagt’ een week na het overlijden van P.C. Hooft geschreven is.

Plaatje 165

[1] bestoven: met stof bedekt.

[2] botte: knop (van bloemen).

[3] hipp’len: huppelen.

[4] stip’len: lett. een punt maken, een steek maken, stikken; hier ‘bijten, steken’.

[5] Diaen: Diana (/Artemis), godin van de jacht.

 

Plaatje 166

[1] ontyege: waarschijnlijk verschrijving voor ‘ontydege’.

[2] ydel: nietig.

[3] schimmeren: glanzen, schitteren.

[4] overtimmeren: 1) verbouwen; 2) overmatige lust om te timmeren. Mogelijk was Wouter Damisse timmerman.

[5] eliseesche velt: de Elyzeese of Elyseïsche velden waren valleien op de westrand van de aarde bij de Oceaan, waar eeuwige lente heerste. Het was de verblijfplaats van de gelukzaligen in het dodenrijk.

 

Plaatje 167

[1] yd’le mommerye: onbeduidende vermomming.

[2] na ‘moet’ staan twee komma’s geschreven.

 

Plaatje 168

[1] Simon de Vlieger (1601-1653) was maritiem en landschapsschilder. Hij werd geboren in Rotterdam en trouwde daar op 26-jarige leeftijd met Anna van Willigen: Sijmon Jacobsz de Vliegher, jongeman, wonende In De Nieustraet getrouwd met Anna Gerridts Van Willigen, jongedochter, wonende Op De Delffschevaert. Datum trouwen 10-01-1627 (Archief DTB Rotterdam Stadstrouw, 084).  

Van 1634 tot 1638 woonde De Vlieger in Delft, waar hij lid was van het Sint Lucas-gilde. Tot dit gilde behoorden:

"Alle degeenen, die haar generen met de schilderkunst, hetzij met pencelen of andersints, in olye of waterverwen, als oock glaseschryvers, glasemakers, glasverkoopers, plattielbackers, tapissiers, borduurwerckers, plaetsnyders, beeldsnyders, werkende in hout ende steen, ofte andere substantie, scheemakers, konstdruckers, bouckverkoopers, hoedanig die souden mogen zijn" (R. Boitet, Beschrijving der Stadt Delft, 1729 , bl. 283). Na 1638 woonde hij in Amsterdam.  De Vlieger’s laatste woonplaats was Weesp; hier overleed hij in 1653 (zie ook nota Jilles Eijking over de ‘Juffrouwen uit Weesp’).

Bronnen: http://www.xs4all.nl/~kalden/dart/d-a-ab-obreen-lucasgilde1.htm, http://www.xs4all.nl/~kalden/dart/d-a-vlieger.htm, en http://www.gemeentearchief.rotterdam.nl

[2]  verquickt: verlevendigt.

 

Plaatje 169

[1] Coridon: herder uit Vergilius’ Bucolica.

[2] Ruys-daal: landschapsschilder Jacob van Ruysdael (als Seep deze Ruysdael tenminste bedoelt) werd geboren in 1628/1629 in Haarlem. In 1652 was Van Ruysdael 24 of 25 jaar (en Seep 36 jaar). Mogelijk waren Van Ruysdael en Cornelis Hendricks Verver leeftijdsgenoten (en bekenden) en ‘als Ruys-daal was zijn ieugt noch wel te tuijgen weedt’. Helaas zijn uit grafschrift geen verdere gegevens omtrent de relatie Van Ruysdaal-Hendricks Verver op te maken.

[3] tuijgen: getuigen.

[4] vann: afkomst.

[5] ontdragen: weggedragen.

[6] liever: een meer bemind, een meer aantrekkelijk persoon.

[7] geheijmraat: schatmeester.

[8] vest: vesting.

[9] verwesen: van hun beschermer beroofd.

[10] kamp: veld.

[11] kemp: klaverbloem.

 

Plaatje 172

[1] 1654: paus Innocentius X stierf op 7 januari 1655 op 82-jarige leeftijd. Zie voor zijn portret door Diego Velázquez (1650):  http://arthistory.westvalley.edu/images/V/VELAZQUEZ/INNOCENT.JPG.

[2] De onverwachte maar: het onverwachte bericht.

 

Plaatje 188

[1] de ‘/’ is in het manuscript een horizontaal streepje, zoals in een rekenkundige breuk.